Vanuit zangtechnisch oogpunt was de doorstart niet zo'n succes te noemen. Ian Stewart, de gitarist van dienst neemt de vocalen voor zijn rekening en dat is geen geweldig succes te noemen. Vergelijken met zijn voorganger; de fenomenale Terry Brock heeft niet zoveel zin maar het contrast is wel erg groot. Stewart's timbre is (in mijn beleving) iel en karakterloos. Dat kan niet gezegd worden over het instrumentale gedeelte van deze plaat want die is prima verzorgd. De heren laten de goed verzorgde energieke en bij vlagen lekker rockende AOR achter zich om zich een 'Floydiaans' jasje aan te meten. Breed uitwaaierende gitaarpartijen, een gevarieerd klankenpallet en mooi gearrangeerd. De muziek klinkt dermate anders dan voorheen dat je haast denkt naar een andere band te luisteren. Onwillekeurig vraag ik mij of hoe deze schijf had geklonken met Brock achter de microfoon maar dat is misschien ook wat flauw. Hoewel ik bij vlagen prima afwisselende stukken voorbij hoor komen, slaat hier en daar net zo vaak de verveling toe. Conclusie, interessant en vakkundig maar als geheel komt het naar mijn mening tekort om uit te groeien tot een uitstekend album.