Joel Hoekstra's "solo project" waarbij hij een interessante rits aan muzikanten heeft opgetrommeld. Allereerst met Russell Allen en Jeff Scott Soto twee sterke zangers in huis gehaald. De achtergrondzang word ook door de heren gedaan met aanvulling van Hoekstra zelf en de uit de Frontiers stal bekende Toby Hitchcock. Naast de ritmesectie van bassist Tony Franklin en drummer Vinny Appice is keyboardspeler Derek Sherenian ook nog eens te gast en is er ook nog een keer een cello te horen dankzij Dave Eggar.
Het album trapt af met twee door Russell Allen ingezongen nummers en begint gek genoeg met het nummer dat ik het minst sterk vind van dit album. Het is een wat midtempo rocknummer waarbij het gitaarwerk wel lekker zwaar is, maar het klinkt hier en daar een beetje onsamenhangend. Ik vind Allen's stem niet passen bij de stijl van het nummer.
Gelukkig is dat niet meer het geval bij het prachtige "Anymore". Een stevige powerballad waarin volgens mij zelfs nog even een fluit te horen is (ongeveer van 0:30 t/m 0:40 en later zo rond 1:36 nog eens). Ook zijn er in deze track wat keyboards te horen, dus dat zal wel de bijdrage van Sherenian zijn. Door de keyboards, en soms de combinatie van zowel elektrisch als akoestisch gitaarspel komt er een mooie instrumentale "gelaagdheid" (ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven).
Een sterk nummer waarin Allen wel volledig tot zijn recht komt.
Hierna volgt het "Whitesnake gedeelte" van het album. "Until I Left You" is het eerste nummer met Jeff Scott Soto en ook hij zingt geweldig. Qua muzikale sfeer en stijl nijgt dit nummer al een beetje naar het Whitesnake materiaal. Met het door Allen gezongen "Long for the Days" bereikt het album zijn "Whitesnake hoogtepunt", want dit is echt een nummer dat zo op een Whitesnake album zou kunnen staan. Ik denk ook dat Coverdale (vooral in zijn jonge jaren) dit nummer op net zo'n krachtige manier zou kunnen brengen dan Russell Allen.
Het door Scott gezongen "Scream" heeft dan wel weer meer een eigen smoel. Ook hierin is weer een lekker zwaar gitaarwerk te horen. Aan dergelijke dingen kan je toch wel horen dat Hoekstra het meeste de touwtjes in handen had met dit project.
"Never Say Never" begint met een erg kort, maar mooi en daardoor noemenswaardig akoestisch intro (volgens mij maar 6/7 seconden). Maar dat is juist wel het grappige aan dit album. Hier en daar duikt die akoestische gitaar op en dan hoor je dat Hoekstra daar ook echt heel goed mee overweg kan. Zo neemt het instrument in de powerballad "Changes" een wat prominentere rol in en klinkt dat ook erg mooi en passend bij de stijl van het nummer.
Op "The Only Way to Go" zingt Soto de sterren van de hemel. Daarnaast is dit misschien wel het nummer waarin het meest geaccelereerd word. Wat namelijk opvallend begint te worden is dat de nummer nergens echt heel snel worden en dat is waarschijnlijk een bewuste keuze geweest van Hoekstra. Zo staat dit nummer ook weer bol van het virtuoze gitaarspel. Ook is er hier en daar volgens mij de eerder benoemde cello te horen.
"Dying to Live" heeft een heerlijk bombastische sound. Ik dacht zelfs even een split second in het begin van de track strijkers te horen, maar denk dat dit met het keyboard en de gitaar is gedaan. Men laat het later namelijk vaker voorbij komen, maar dan hoor je pas dat het inderdaad bijna alleen maar de gitaar is. Dit betekent dus dat men dit door middel van de productie heeft gedaan en wat dat betreft kan ik alleen maar zeggen: petje af hoor. Het bombastische van bands als Nightwish of Rhapsody (of Fire), maar dan zonder alle toeters en bellen die dergelijke acts toevoegen.
"Start Again" is het nummer met de meest positieve vibe. Opbeurende teksten die (wederom) op erg sterke wijze gezongen worden door Soto. Dit in combinatie met een wat lichtere instrumentatie om het allemaal wat luchtiger te doen klinken. "Zomers" zou ik de sfeer bijna willen omschrijven, maar dat is misschien een beetje vreemde woordkeuze op vrijdag 16 oktober.
"What We Believe" is het langste nummer van het album, daar deze track bijna 6 minuten duurt. Door de extra toevoeging van de sterke vrouwelijke zang van Chloe Lowery, en de laidback sound van de instrumentatie voelt dit echt als de afsluiting van dit hoofdstuk.
Bonustrack "Never Want" voelt dan ook echt aan als een losstaande track die niet bij de rest van het album hoort. Ook qua muzikale stijl past het er niet helemaal uit. Zo doet het gitaarwerk aan Country in combinatie met jaren '50 Rock & Roll denken. Het klinkt ook bijna meer als een soort jamsessie die ze nog even los opgenomen hebben in de studio, al zal Soto's tekst van te voren wel geschreven zijn.
Een album waar ik als liefhebber van dergelijke Rock erg van genoten heb. Prachtige zang en sterk gitaarspel. Een album waar Hoekstra trots op mag zijn.