Reuben Jordan, alias Matron Thorn is een zeer bezige bij. Tot en met 2013 maakte hij flink wat materiaal met zijn project "Benighted in Sodom", daartussen maakte hij nog wat onder de noemer "Midwinter Storm" en sinds 2010 dus ook onder de noemer Ævangelist (dit jaar alleen al 2 EP's en deze langspeler).
Deze keer echter met de hulp van Carter Page, alias Ascarsis. Die hielp hem al eerder tijdens wat optredens onder het Benighted in Sodom banier en zingt sinds 2009 ook live voor Velnias.
Het album begint gelijk al met wat misschien wel het meest complexe nummer van de hele plaat is. "Arcanæ Manifestia" begint met een aantal geraffineerd door elkaar lopende, zware riffs. Dit aangevuld met wat noise dat men in de studio wel toegevoegd zal hebben, plus nog wat en geroffel op wat volgens Metal Archives een harp moet zijn.
Na ruim tweeënhalve minuut voegt men de drums en de grunts toe en word de muziek iets toegankelijker voor zij die van zware, logge Black/Doom Metal houden.
"Cloister of the Temple of Death" gaat eigenlijk op dezelfde voet verder. Ook hier horen we hier en daar het gepingel op een snaarinstrument waarvan ik persoonlijk toch twijfel of dit een harp is (daar ik zelf een harp heel anders vind klinken, maar nu vergelijk ik het wel met de Ierse harp en er zijn ongetwijfeld talloze andere harp types). Daarnaast klinken er hier en daar wat bellen (lijkt me een toevoeging uit een keyboard). De grunts zijn laag en onverstaanbaar. In het midden van de track laten ze nog een galmend stemgeluid horen die eveneens niet goed te volgen is. Dit word ook mede veroorzaakt doordat het minder prominent in de mix staat dan de instrumentatie, dus men lijkt het wat met opzet te hebben gedaan.
Halfweg "Gatekeeper's Scroll" ben ik het getokkel op het snaarinstrument, dat nog prominenter in de mix lijkt te staan dan de overige instrumentatie, wel een beetje beu.
"Alchemy" vormt daarom ook even een fijn intermezzo. Het begint met een hele elektronische klank en de vocalen zijn deze keer eindelijk eens te verstaan. Na iets minder dan een minuut word een gitaar toegevoegd en deze keer blijft de stem nog steeds verstaanbaar. Deze staat dan ook een stuk prominenter in de mix dan in de voorgaande tracks. Die rommelende bas die hier en daar in "de beat" (zo kan je het in dit geval haast wel noemen) opduikt klinkt ook wel aangenaam moet ik zeggen.
De overgang naar "Levitating Stones" is dan weer behoorlijk abrupt, maar daar houd de maker volgens mij wel van gezien het knallende begin van de plaat. "Levitating Stones" begint wat melodieuzer en men heeft in het begin van de track het geluid van een blaffende hond erin verwerkt (ja, dit meen ik serieus). Na zo'n anderhalve minuut maken de lage grunts hun terugkeer, die op een woordje hier en daar wederom niet zo goed te verstaan zijn. Helaas kiest men er halverwege ook weer voor om het harp getokkel weer toe te voegen.
Het begin van "Emanation" is gitzwart. Een zwaar gitaargeluid, iemand die begint met een krijs die overgaat in een gorgelend geluid wat klinkt als iemand die aan het verstikken is. Het kleine beetje harp tokkelen dat ze in dit stuk verwerkt hebben klinkt deze keer wel gepast. Na iets minder dan een anderhalve minuut horen we even een verstaanbare stem, waarna men overgaat op hard gitaargeweld, aangevuld met een blastbeat op de drums en wat sound effects. Daarnaast duiken hier en daar wat onmenselijk klinkende stemgeluiden/grunts op. Veruit de meest duistere track van de plaat die je echt even mee lijkt te nemen naar de onderste regionen van de hel.
Ze sluiten af met "Meditation of Transcendental Evil", een track die veruit de langste track van het album is (iets meer dan 4 minuten langer dan de daarna langste track). Men heeft wat vioolwerk in het begin toegevoegd (wat ook weleens door een keyboard o.i.d. voortgebracht zou kunnen worden trouwens). Daarnaast horen we een vrouw wanhopig schreeuwen om hulp. Dit gaat zo ruim 3 minuten door, om daarna onder rommelend drumwerk de zware grunts weer te laten horen. Spijtig genoeg moet dit ook weer gepaard gaan met het getokkel op de harp. Wat later is de tweede grunter ook nog te horen en keert de schreeuwende vrouw terug. Daarnaast komen er in het midden van de track ook nog wat cleane vocalen voorbij. Daarna word het voornamelijk instrumenteel geweld, waarin alle eerder gebruikte elementen nog eenmaal de revue passeren.
Het harp getokkel had men van mij achterwege mogen houden en sommige nummers hadden wel wat korter gekund. Soms gaat men naar mijn idee net iets te lang door in sommige tracks.
Mede door het wat experimentele geluid van de muziek zal dit waarschijnlijk niet iedere Black Metal liefhebber kunnen bekoren. Voor zij die open staan voor dergelijke projecten is dit misschien wel de moeite waard om eens een keer te proberen.