Nogal abstracte en analoog aanvoelende muziek, noem het een vorm van ambient. Het is lastig uit te leggen hoe het is ontstaan, maar je vindt het verhaaltje iig ergens onderaan op hun
Bandcamp-pagina.
Een stukje ervan in het Nederlands:
...op de achtergrond speelde zachtjes een bescheiden, mono tape loop die Fischer eerder had gemaakt, die de sonische scheuren in de donkere kamer vulde. Na vijftien of twintig minuten, met het geluid van deze loop die hen had geboeid, keken de twee elkaar aan en zeiden: "Dit is het."
Vanaf daar vormden ze een zeer gericht conceptueel proces: twee artiesten, twee mono tape loops en vier akoestische instrumenten, niets meer. Door elk een lus van verschillende lengte te maken en de output van de ingebouwde luidsprekers van de reel-to-reel machines met microfoons in de kamer op te nemen, begonnen Deupree en Fischer aan hun meest ingetogen werk tot nu toe, waarbij ze zich richtten op de rauwe schoonheid van zo'n beperkt systeem van creatie.
De titel Twine komt van het idee van de twee tapelussen als knopen, als fysieke media, die samen één, complexer stuk vormen. De zeven nummers op het album zijn zeer repetitief, maar veranderen constant vanwege de asynchronie van de lussen. Alle warme, tastbare en stoffige kwaliteit van de tape en vintage spelers wordt vastgelegd in de opnames en de luisteraar kan gemakkelijk verdwalen in de langzame, omhullende cycli.
Bijzonder, dus.
Taylor en Marcus zijn creatieve mensen, dat is duidelijk.
Het lijkt allemaal wel wat op elkaar en niet alles is even goed, maar voor het repetitieve doch effectieve Bell heb ik sowieso een zwak.
En een nummer als Telegraph doet het vast goed tijdens een of andere winterse nacht waarin je de slaap niet kunt vatten (óf net wakker bent geworden na een of andere nachtmerrie/koortsdroom).