het 2e reguliere album van de inmiddels 82-jarige Dan Penn. de man heeft een legendarische status als songwriter en producer. op dit album staan vele klassiekers van de man (veelal co-written), waarvan tracks 1, 5 en 9 wellicht de bekendste zijn. het is hier al vaker gememoreerd, Dan Penn schreef o.a. hits voor Aretha Franklin, Percy Sledge, Wilson Pickett en vele anderen.
dit album klinkt als een soort "Best of", want alle 10 tracks hadden net zo goed als single kunnen worden uitgebracht, zo sterk is het songmateriaal. de man is hier nog prima bij stem, hetgeen 26 jaar later op zijn derde reguliere album "Living on Mercy" (2020) een stuk minder het geval is, de muzikale backing van de fameuze Muscle Shoals Sound ritme sectie (David Hood (bass), Jimmy Johnson (rhythm guitar) en Roger Hawkins (drums) staat als een huis, aangevuld met een heerlijke blazerssectie en geweldige backing vocals. wat verder helpt is, dat dit album kraakhelder werd geproduceerd
de songs worden bluesy, soulvol met af en toe een vleugje gospel in de vorm van ballads en een enkele keer ook wel opzwepend gebracht in een dynamische, energieke productie, wat mij betreft zeker niet klinisch. de man zet een ijzersterke versie neer van de gospel-ballad "Dark End of the Street", gecoverd door o.a. James Carr, Ry Cooder, Percy Sledge en Dolly Parton. dit nummer staat overigens ook op het klassieke debuutalbum van The Flying Burrito Brothers (incl. Gram Parsons), evenals "Do Right Woman Do Right Man".
prachtige ballads als "Cry Like a Man", het breekbare "Do Right Woman", en het troostrijke "He'll Take Care of You" worden afgewisseld met meer ritmische "groovy" tracks als "You Left the Water Running", "Memphis Women and Chicken", en "Where There's a Will". een ander hoogtepunt is de ballad "Zero Willpower", een relatief nieuw nummer, dat hij net als "Cry Like a Man" schreef, na 20 jaar geen songs te hebben geschreven.
het album "Blue Nite Lounge" (2000) dat hierna verscheen, is geen regulier album, maar deel 1 van een verzameling demo's, die werd opgevolgd door deel 2 "Junkyard Junky" (2007), deel 3 "I Need a Holiday" (2013), deel 4 "Something About the Night" (2016) en deel 5 "Prodigal Son" (2020). deze 5 albums verschenen op Dandy Records en de laatste 4 staan hier niet op MuMe.
"Living legend" Dan Penn kan goed leven van de royalties van zijn vele hits, heeft een thuis studio en schrijft nog steeds nieuwe songs. in een interview zei de man hierover "If they aren't what people now listen to, so be it".
Album werd geproduceerd door Dan Penn & George Drakoulias
Recorded at Muscle Shoals Sound Studios, Sheffield, Alabama
de muzikanten op dit album:
Reggie Young: lead guitar, acoustic guitars
Jimmy Johnson: electric guitar
David Hood: bass
Florence Flash: drums, finger cymbals, maracas, block triangle
Bobby Emmons: grand piano
David Briggs, Bobby Emmons, Carson Whitsett: Wurlitzer electric piano
Spooner Oldham: B3 organ, glockenspiel, grand piano, farfisa organ, mellotron
Dan Penn: acoustic guitar, 12-string guitar
Roger Hawkins: drums, bongos, tambourine
Gary Nicholson: national resophonic guitar
Delbert McClinton: harmonica (track 6)
Doug Moffet: flute (track
Horns (all cuts):
Wayne Jackson: trumpet
Harvey Thompson: tenor sax
Doug Moffet: baritone sax
Charles Rose: trombone
Background Vocals (all cuts):
Ava Aldridge, Cindy Richards-Walker, Lenny LeBlanc, Buzz Cason, George Soule