De laatste keer dat ik wat van Bauda hoorde was in de periode 2009/2010 met het debuutalbum en de bijdrage op "Whom the Moon a Nightsong Sings". Er is sinds die tijd behoorlijk wat veranderd. In 2012 maakte César Márquez van zijn soloproject Bauda een echte band met de toevoeging van bassist Juan Díaz, drummer Nicolas Recabarren en in 2013 keyboardspeler Edgardo González.
Dit resulteerde erin dat César Márquez op dit album enkel het gitaarwerk en de zang voor zijn rekening hoefde te nemen. Hij ontwierp alleen ook nog de cover artwork.
Verder hadden ze aan René Rutten (The Gathering) gevraagd of hij de producer wilde zijn. Iets dat Rutten nog nooit buitenom zijn eigen band gedaan had.
Een Chileense band met een Nederlandse producer dus en ik moet eerlijk toegeven dat het eindresultaat er wel mag zijn.
Qua sound zijn ze wel erg veranderd: daar waar op Oniirica nog wel wat steviger werk voorbij kwam, houd men het hier bij sfeervolle Post-Metal/Post-Rock/moderne Progressive Rock.
Dit resulteert in een geluid dat wel wat overeenkomsten kent met de huidige stijl van The Gathering, maar ook wel met de (huidige) stijl van Anathema.
Het album begint gelijk met de track waar ik persoonlijk het minste mee heb. "Aurora" is een instrumentaal intro waar ook flink wat elektronische geluiden in verwerkt zijn. Niet alleen een beetje apart begin van het album, maar ook niet helemaal representatief voor hetgeen dat erna zal volgen.
De openingstrack "Sporelights" bevat in ieder geval een stuk minder elektronische poespas. Hierin is het mooie basspel in samenwerking met het gewone gitaarwerk opvallen. Al zijn de drums en het keyboard ook nog wel goed te horen. César Márquez heeft een best degelijk stemgeluid dat wel bij de muziek aansluit.
Verder vind ik het fijn hoe "Vigil" start met een wat hardere gitaarsound, ondersteund door het keyboard.
Ten opzichte van de voorgaande tracks gaat "War" veel meer naar een Post-Rock sound. Zo vind ik het rustgevende gitaarwerk, met op de achtergrond wat subtiel werk van de overige muzikanten wel erg lijken op dat van vergelijkbare Post-Rock nummers. Het aparte hierin is alleen dan César Márquez's stemgeluid.
"Tectonic Cells" weet ook weer op te vallen door het sterke gitaarspel in combinatie met die erg fijn klinkende baslijnen. In het laatste stuk weet men nog even goed toe te werken naar een climax. Een best sterk instrumentaal nummer.
Op "Asleep in Layers" vind ik voor het eerst César Márquez's stemgeluid niet lekker uit de verf komen. Men had er misschien beter aan gedaan om deze track ook instrumentaal te houden. Ik vind het instrumentale stuk namelijk haast het beste van het hele album.
Met "Dawn of Ages" weet men de luisteraar nog een keer sterk te beroeren met degelijk gitaarspel, erg sterke baslijnen en erg mooi gebruik van het keyboard, waardoor de sfeer wat beter overkomt.
Een beetje aparte nieuwe kennismaking door het contrast met het vroege werk, maar wel een aangename nieuwe kennismaking.
Binnenkort misschien ook maar eens "Euphoria ...of Flesh, Men and the Great Escape" beluisteren.