Voor het eerst sinds 2010 weer eens een kans gegeven en inmiddels ben ik het plaatje voor de tweede keer aan het beluisteren. Na wat onderzoek kwam ik tot de constatering dat van de dames die op
Songs from the Heart zongen er geen enkele meer op deze plaat te horen is.
Naast violiste Máiréad Nesbitt, die er al vanaf het begin bij is, blijkt de line-up namelijk behoorlijk regelmatig gewisseld te zijn. Op dit album zijn de zangeressen Éabha McMahon (de nieuwste aanwinst, in de plek gekomen van Lynn Hilary), Máiréad Carlin en Susan McFadden.
Aan de ene kant vind ik wel tof wat de dames doen, want ze maken Ierse Folk muziek internationaal een flink stuk bekender door hun meer Pop gerichte bewerkingen. De productie is glad, maar dat viel te verwachten, want dat probeerden ze al vanaf het debuut.
De kwaliteit van de nummers zijn alleen behoorlijk wisselvallig, maar dat heeft ook voor een groot gedeelte met persoonlijke smaak te maken.
Ze beginnen naar mijn mening best mooi met "My Land", waarin ze zelfs nog even op een toffe wijze wat doedelzakken voorbij laten komen. Daarna komen ze met een Clannad cover: "Siúil a Rún". Gewaagd, daar ik Moya Brennan reken tot een van de beste vocalistes uit het genre. De dames komen er nog best aardig mee weg.
Hierop volgen ze gelijk met nog een bekend Iers nummer: "Ride On" van Christy Moore. Persoonlijk heb ik Moore altijd wel redelijk kunnen waarderen, maar ik moet zeggen dat zijn nummer uit vrouwelijke kelen ook mooi vind klinken. Persoonlijk vind ik hem niet zo goed als de versie van het Zeeuwse (en inmiddels helaas niet meer actieve)
No Frontiers, maar ze houden het nummer wel goed overeind.
Daarna komt naar mijn mening een van de grootste missers van het album: Susan McFadden doet een gooi naar "The Whole of the Moon" van The Waterboys. Ik was nog niet bekend met het origineel, maar na beluistering via youtube is deze versie alleen nog maar erger geworden. Ik vond hem al iets te zoet en te poppy, maar als ik de rauwe stem van de zanger van The Waterboys hoor dan klinkt deze versie bijna als een belediging.
Daarna herstellen ze zich weer met het voornamelijk instrumentale "Skyrim Theme" (ik ben (nog) niet bekend met de game) waarin Máiréad Nesbitt haar kunnen laat horen. Dit vind ik dan weer best mooi en doet de voorgaande track weer een beetje vergeten.
Op "How Can I Keep from Singing", een traditional die bekendheid kreeg door Enya, mag de nieuwelinge Éabha McMahon van zich laten horen en dit doet ze op een prachtige manier. Een stemgeluid die dat van Enya zeker eer aandoet.
Dan is het aan Máiréad Carlin om Ed Sheeran's "I See Fire" (The Desolation of Smaug OST) te zingen. Een nummer dat erg goed binnen de stijl van het voorgaande nummer past en degelijk gezongen door Carlin. Zij keert later op het album nog eens solo terug nummer "Like an Angel Passing Through My Room". Qua lyrics wel een aardig nummer, maar zelf vind ik dat nummer dan weer iets teveel richting Pop/Kerst sferen gaan. Carlin heeft wel een mooi stemgeluid, maar dat nummer is me weer wat te zoetjes.
Het waarschijnlijk pakkend bedoelde "Tír Na NÓg" vind ik dan weer een misser van formaat. Vooral de drums passen er totaal niet bij en stilistisch lijkt men hier bijna richting Shakira te willen gaan. Nee dames, dit past er dan weer totaal niet in.
Ook hun versie van het van origine rebellenlied "Óró Sé Do Bheatha 'Bhaile" is om te janken als je het vergelijkt met versies van o.a. The Dubliners en The Fureys. Dat achtergrondkoortje erachter ook, waarom toch!

Met "Sometimes a Prayer Will Do" weet Susan McFadden dan wel weer een redelijk nummer neer te zetten. Wel blijkt na een paar keer beluisteren dat ik McFadden's stemgeluid het minste vind van de drie dames. Maar goed, het klinkt nog altijd beter dan wanneer ondergetekende een poging zou doen.

Met de traditional "Bean Pháidín" weten de dames zich pas echt weer op sterke wijze te presenteren. Deze keer kozen ze voor een wat meer traditionele aanpak en dat pakt geslaagd uit. Eerder al werd de traditional al gebracht door o.a. Planxty en Anúna. Ook "Westering Home" weten ze op een degelijke manier te brengen, om daarna wederom uit de bocht te vliegen (naar mijn mening dan) met "When You Go". Wederom pakt het poppy drumwerk niet lekker uit en over de verdere stijl ben ik persoonlijk ook niet te spreken.
Met "Walk Beside Me" weten ze dan nog wel een redelijk nummer te brengen. De grootste verassing is de afsluiter "The Hills of Ireland", wat een sfeervolle instrumentale track blijkt te zijn waarin Máiréad Nesbitt op geslaagde wijze in de spotlight weet te staan.
Echt een album met zijn hoogte- en dieptepunten. Over het algemeen blijft het mij toch net iets te gladjes en weten ze de kwaliteit van hun eerste albums niet meer te halen. Het volgens hun wiki bijna jaarlijkse gemorrel met de line-up zal ook niet echt effectief voor ze werken.
Ik gok dat dit meer een act zal blijven die het beter doet in de U.S.