Voor mij het eerste jazzalbum van dit jaar en het is een erg mooie binnenkomer hoor. Het kan best zijn dat ik Lloyd weleens op een Canonball Adderley album heb gehoord, maar zover ik weet had ik nog nooit iets van zijn 'solo' (in hoeverre je daar bij Jazz over kan spreken) materiaal gehoord.
Hij speelt deze keer met een quintet, want naast gitarist Bill Frisell word hij ook nog bijgestaan door 'pedal steel' gitarist Gregg Leisz. Laatstgenoemde zorgt hier en daar voor wat Country en Folk (een beetje in de stijl van Mark Knopfler's latere werk) en vormt een goede toevoeging. Verder zijn bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland te horen. Met de twee laatstgenoemden werkt Lloyd al langere tijd.
"Masters of War" blijkt een bewerking van een Bob Dylan te zijn en heeft met name door Leisz' z'n bijdrage en Lloyd's eigen saxofoon wel wat zwoels. Daarna volgt "Of Course, of Course", een bewerking van Lloyd's titeltrack van
Of Course, of Course uit 1965. Ik ben niet bekend met de originele versie, maar vind dit erg goed klinken. Alle muzikanten krijgen wat meer de ruimte om hun kunde te laten horen en Lloyd gebruikt hier op een sterke wijze een dwarsfluit.
"La Llorana" is een traditional die de luisteraar naar Zuid-Amerika brengt. Een heerlijk, ontspannend Jazz nummer waarop wederom Leisz en Lloyd er weer uitspringen. De eerstgenoemde om zijn sfeervolle begeleiding en de laatstgenoemde om zijn sterke saxofoonspel.
Nagenoeg moeiteloos stappen de mannen over naar de stilistisch heel andere traditional "Shenandoah". Door het gitaarspel op dit nummer moest ik dus aan het laatste album van Knopfler denken.
Op "Sombrero Sam" vind ik de wisselwerking tussen hey gitaarspel van Frisell en de ronkende bas van Rogers wel aangenaam. Laatstgenoemde zorgt bijna voor een Funky touch. Lloyd sluit in de laatste helft nog sterk aan met zijn dwarsfluit. Het instrument pst qua geluid als een deksel op het geluid van dit nummer.
De traditional "All My Trials" word dan weer op een heerlijk relaxte manier gebracht. Het liefste wat je zou willen doen is de ogen sluiten en wegdromen op deze prachtige muziek. Op "Last Night I Had the Strangest Dream", oorspronkelijk geschreven door
Ed McCurdy, gaan de mannen even helemaal Country. Lloyd stapt even naar de achtergrond om Nelson's kenmerkende stemgeluid te laten horen. Met name door de gitaren en de begeleiding van Harland blijft de Country stijl intact.
Met "Abide With Me" brengen de heren hun laatste traditional. Een kort, maar sterk intermezzo om het gat tussen "Last Night I Had the Strangest Dream" en het voor velen wel bekende "You Are So Beautiful" te dichten.
Jones brengt de lyrics op een subtiele wijze en weet op een mooie manier haar stempel op het nummer te drukken.
Ze sluiten af met het tot ruim 16 minuten uitgerekte "Barche Lamsel". Het eerste stuk van dit nummer duurt me wat te lang, maar daarna laten de heren nog een mooi en breed spectrum aan klanken en tempo's horen.
Een mooi, laidback Jazz album met de eerder genoemde invloeden er mooi in verweven.