Soledad
Met: Albert Ayler (tenor saxophone), Charles Tyler (alto saxophone), Donald Ayler (trumpet), Gary Peacock, Henry Grimes (bass), Sunny Murray (drums)
Voor Ayler moet je echt even in de stemming zijn. Dat wil zeggen: het hoofd moet leeg zijn en je moet je goed kunnen focussen op de muziek. Maar als de omstandigheden juist zijn kan ik ontzettend van hem genieten. Deze live plaat werd opgenomen in zijn hoogtijdagen met één van zijn beste bands. Het klassieke trio aangevuld met nog een aantal topmusici uit de lokale freejazz scene. Het moet me een concert zijn geweest, daar in Judson Hall.
Ayler was gewoon één van de sleutelfiguren uit de jazzmuziek en zeker de freejazz scene. Iemand die een volledig nieuwe weg insloeg. Een pionier en een pilaar waar nog heel veel andere musici op zouden voortbouwen. Zowel Coltrane als Ornette Coleman zochten de nieuwe jazz nog steeds gedeeltelijk binnen de grenzen van hetgeen dat al daar was. Ayler gooide, op de thema's na dan, echt alles overhoop. Geen toonladders, geen akkoorden, geen enkele regel. Dat hij heus een aardige techniek had, had hij al ruimschoots bewezen op tour met bluesbands zoals die van Little Walter. Techniek vond hij echter niet zo interessant: gevoel en emotie des te meer. Net zoals veel andere freejazz muzikanten vond hij dat het een afspiegeling moest zijn van wat je voelde en niet van wat je kon denken.
Het levert pittige freejazz op. Zoals we van Ayler gewend zijn begint elke compositie met een herkenbare melodie, vaak geïnspireerd door blues, marsmuziek of Amerikaanse spirituals. Daarna barst de hel los en beginnen de improvisaties. Ayler heeft een snoeiharde toon met een hele dikke vibrato dankzij het dikke plastic riet dat hij gebruikte. Zijn improvisaties duiken alle kanten op: het heeft een bijna hypnotiserend effect. En net voordat je in trance raakt, word je weer wakker geschud door het thema. Broertje Donald Ayler werd in een aantal maanden klaargestoomd. Zijn stijl op trompet lijkt op die van Albert: een wervelwind van klanken en tonen. Ayler was hiermee duidelijk een inspirator van Hannibal. De rest van de band improviseert om de broers heen. Geenzins is hier meer sprake van een ritmesectie: ze zijn waarlijk een onderdeel van de muziek zelf.
Ayler was een heel interessant persoon. Onlangs heb ik de documentaire 'My Name is Albert Ayler' gezien (deze staat eindelijk online, aanrader!). Interessant maar ook een tikkeltje tragisch. De geestelijke gezondheid van beide broers was helaas niet optimaal. Naar het einde van zijn leven toe leek iedereen zijn grip op Albert te verliezen. Hij leek nogal onder invloed van zijn toenmalige vriendin Mary Parks. Ik moet eerlijk bekennen dat ik hem in deze jaren '68 en '69 muzikaal ook niet meer kan volgen. Broertje Donald bleek bipolair en heeft meerdere keren in opname gezeten. Ayler's dood blijft een mysterie maar zelfmoord lijkt aannemelijk. Tragisch. Dan nog maar een keer een plaat als deze opzetten, dat maakt een hoop goed.