Brute viking-/folkmetal zoals Baldrs Draumar die maakt, vereist enige luisteroefening: herkenbare melodieën vind je vooral in gitaar- en toetsenpartijen, plus de akoestische nummers; voeg daarbij de niet-standaard couplet-refreinstructuren en je weet dat de oortjes harder moeten werken.
Ik kwam de band voor het eerst tegen op
Fryske Cash (juli 2011), waarop verschillende artiesten liedjes van Johnny Cash coveren. Baldrs Draumar verbouwde
I Hung my Head (2002) tot
De kop foardel. Vervolgens las ik over de EP
Noardseegermanen uit december 2010, waarvan ik op YouTube
Eala Freya Fresena tegenkwam.
Toen ik in februari 2015 in online metalmagazines over
Aldgillissoan las en via YouTube
In Skym yn it Tjuster (Een schaduw in het donker) hoorde, was ik definitief óm. Omdat ik de muziek steeds fijner vond, heb ik in 2019 (?) het album bij de band besteld, waar ik zomaar fijne bandbierviltjes bij kreeg. Hulde! (ja, zo makkelijk koop je mij om

)
Wat hun eerste Friestalige (concept)album extra interessant maakt, zijn de historische verhalen in de teksten. In dit geval over de Friezen in de regio Utrecht. De wetenschap dat die streek in de periode 650 – 720
onder Fries bewind stond, veroverd op de Franken (naar wie het land Frankrijk is vernoemd), laat de historische omvang zien. Geen kleine prestatie en ook interessant voor een niet-Fries als ik.
Aldgillissoan vertelt het verhaal van Redbad, de zoon van de Friese koning Aldgillis (? – 680), die waarschijnlijk vanuit Utrecht of Dorestad (Wijk bij Duurstede) regeerde. Zo kom ik te weten van de dood van Aldgillis, Redbads bondgenootschap met Hadagrim van Denemarken, zijn strijd tegen de Franken en (spoiler)
zijn dood. Door aandachtig het tekstboekje mee te lezen, is het verhaal goed te volgen.
De muziek is geënt op thrashmetal, met z’n dikke 53 minuten afwisselend genoeg om vele malen te draaien, zonder dat het gaat vervelen. Van tijd tot tijd belandt de cd weer in mijn speler, of draai ik het album via streaming. Altijd weer is het genieten.
De kracht van de muziek zit ‘m in de grote variatie, waarbij de energie ervanaf knalt. Baldrs Draumar heeft diverse troeven op zak.
Zo zijn er de sobere toetsenpartijen, die zorgen voor filmische sferen en het folkgevoel. Een enkele keer klinkt een accordeon of harp (de brug in
Wolvetiid), al weet ik niet of die eigenlijk uit een keyboard komen.
De tempo’s wisselen van langzaam (zoals in het akoestische
Fredou), midtempo (zoals
Koppen yn’e Mist) en uptempo tot snel (onder meer in
Wolvetiid). De ritmesectie, bestaande uit Skimerswurd op bas en Tongerfûst op drums, smeedt de boel energiek aan elkaar. Geholpen door de messcherpe productie blijft alles transparant en strak.
Een volgende troef zijn de gitaarsolo’s, waarin wonderschone melodieën klinken, die in fraai contrast staan met de grunts en de brute slaggitaren. Zoals in
Wolvetiid, waarin zo’n gitaarlijn tijdens de coupletten klinkt, of de prachtige meehumlijn in
Ûnder it Skyld. Gitarist Fjoerspuier heeft een groot melodisch talent, met invloeden uit klassieke (hard)rock en metal: een liedje in een liedje, zwaar genieten! Soms herinnert hij me aan Thin Lizzy en Gary Moore, de keren dat zij hardrock met folk mengden.
Grootste (?) troef is de stem van Wyldrazer, die niet alleen over diverse gruntstemmen beschikt maar ook krachtig clean zingt. Handig bij een conceptalbum als dit, waar het verhaal extra belangrijk is: het krijgt door zijn bijdragen extra zeggingskracht.
Enige minpuntje is wellicht dat op de hoes de namen van de bandleden niet worden vermeld, maar daarop valt te koeklen. Wat onduidelijk blijft, is wie toetsen, accordeon en harp bespelen.
Een must listen voor fans van zowel brute thrash- als melodieuzere vikingmetal; ook aanbevolen voor hen die van historie houden. Of voor fans van de folkpunk van Dropkick Murphys. Een album met diverse lagen, voor mij passend in de Champion's League van metal.