Michael Head is de stuwende kracht achter Shack en, vroeger, kinders, de Pale Fountains. Twee bands die nooit ook maar het tipje van een teen aan de grond hebben gekregen in de muziekbusiness. Zonde, maar de oorzaken hiervan zijn nog schrijnender.
Het is al vaak genoeg (en beter) beschreven wat een pech deze man (en zijn broer John) heeft moeten doorstaan. Toch even een kleine (edit: excuses, grote ) samenvatting:
Als een van de meest getalenteerde bands uit de jaren '80 (althans, als je in 1985 in Manchester het publiek van de Hacienda stil krijgt met muziek die compleet tegenovergesteld is aan dat wat op dat moment populair is in het indie-circuit, dan moet je toch over wat talent beschikken) kregen ze een dik contract bij Virgin.
Er werden twee fijne albums gemaakt, maar, vooral door een ietwat geforceerde ''eighties-stempel'' (als u begrijpt wat ik bedoel), bleef de band toch een beetje sukkelen in de marge.
De muziek die ze toen maakten, was pop muziek in de lijn van Lennon/McCartney (die komen toevallig ook uit Liverpool

) met jazz-achtige arrangementen. Vol gevoel en volgens het boekje, alleen was mr. Head jammergenoeg de enige die het boekje las.
Dan overlijdt de bassist plotseling aan een hersentumor en besluit Michael de band te ontbinden, om het twee jaar later samen met broer John toch nog eens te proberen. Voortaan heten ze Shack, maar, redelijk voorspelbaar, hun debuut album flopt.
Vastbesloten en met een nieuwe, meer folk-gerichte, sound gaan ze door (denk aan the Byrds, Nick Drake en Love). Hun tweede album Waterpistol is een meesterwerkje maar wat gebeurt er? De studio waar de master tapes in liggen opgeslagen brand af!
Uiteindelijk komt de toenmalige producer er achter dat hij nog reserve tapes heeft liggen. Ofwel: de tapes bevinden zich in een Amerikaanse huur-auto en, met een vertraging van twee maanden, komen ze toch nog terecht. Te laat want het label is net failliet gegaan

. Waterpistol komt dan alsnog uit in 1995. Te laat voor Michael toch, want die heeft de band enige maanden eerder opgeheven...
**Wat nu komt heeft (eindelijk) wat met dit album te maken.**
Persoonlijk maakt Head stormige tijden door, maar als hij dan ineens, met hulp van een gepassioneerd fan, de optie krijgt om het nog maar een keertje te proberen in de studio, grijpt hij de kans aan. Met dit album als gevolg.
Wat Head's muziek zo bijzonder maakt is het feit dat hij, zoals altijd, volledig zijn eigen weg gaat en doet waar hij zin in heeft. Iets wat best geprezen mag worden aangezien toentertijd (1996/97) elk derderangs bandje een gouden plaat kon verdienen in Engeland, mits het maar lekker met de wind meewaaide.
Elk Shack album is een op zichzelf staand avontuur vol nieuwe ontdekkingen, maar deze hier is naar mijn mening het diepst en kleurrijkst. Niet qua geluid, dit plaatje is typische Head © muziek: psychedelische folk die hier en daar een klein beetje jazzy wordt. Overgoten met een perfect pop-sausje.
Het gevoel voor muziek in deze plaat, in elk van zijn platen, is iets wat ik zelden ben tegen gekomen.
Hoe hij het precies doet weet ik niet, maar hij presteert het om op een best wel klassieke manier liedjes te schrijven die toch volkomen uniek zijn, stuk voor stuk.
Er wordt duidelijk, en zoals altijd bij Shack, niet de standaard weg gekozen. Geen makkelijke 'hooks' en nergens ook maar een spoortje van ''showen''', van ''kijk eens wat een goed pop liedje ik schrijven kan''.
Nee, deze vent doet het puur voor de muziek en is verdorie een genie. Onnavolgbaar.
Wat, als gevolg, ook erg mooi is aan dit album: het schiet echt op een neer, van blijdschap naar duister verdriet, van lieftallige folk naar psychedelische rock. Maar, alweer, volkomen onbaatzuchtig, niet ''om dat ook nog even te laten horen'' maar omdat dat nu eenmaal bij het liedje hoort. ''Glynys and Jackie'' is hierbij de maatstaf, drie geweldige liedjes in één, adembenemend mooi.
Geholpen door de (co)productie van niemand minder dan Mark Coyle (

ja, ook ik, terwijl ik dit aan het schrijven ben, kom hier nu pas achter) is dit ook het eerste Shack album wat op alle gebieden helemaal ''af'' is.
En dan nog de melodien... Soms leidt de gitaar, soms de strijkers en de fluit zweeft daar zo nu en dan heerlijk tussen in. Altijd met een ingetogen passie.
Ook verdienen de zangharmonien een speciale vermelding, hoewel het een traktatie is dat elk Shack album heeft, blijft het iets fantastisch, de manier waarop deze twee broers elkaar aanvullen.
Ten slotte nog een speciale vermelding voor Loaded Man, geschreven en gezongen door broer John. Om een liedje akoestisch te brengen, met alleen een stem en een gitaar, moet je wat kunnen. Maak het dan ook nog 7 minuut 32 en je kan ''aan hem''. Hoe dit nummer wordt gebracht, echt diep respect voor deze kerel.
En dan heb ik het nog niet eens over de lading die dit liedje dekt, over de lading die eigenlijk dit hele album om de hoek komt kijken. Lees de teksten er op na en je weet wat ik bedoel.
Ja, dit is het album waar Michael Head, ondanks alle ellende, nog één keer aanzette, nietsontziend uithaalde, en zich wereldkampioen popmuziek mocht kronen.