Jason Moran, het is een naam die stilaan zijn plaatsje aan het veroveren is in het hedendaagse jazz-landschap. Op de nieuwste cd van Charles Lloyd mag hij het klavier besturen, en eerder al werkte hij samen met bescheiden grootheden à la Don Byron (op het schitterende
‘Ivey-Divey’, met de grote Jack DeJohnette aan de drums). Het kan niet anders of de man heeft, naar ik uit zijn indrukwekkende palmares afleidt, een uitgebreide keuzemogelijkheid uit drummers en bassisten, maar sedert enkele jaren kiest hij getrouw zijn eigen ‘bandwagon’ om het jazz-trio te vervolledigen. Drummer Nasheet Waits zit niet verlegen om een het zware spel van Moran verder op te blazen met stomende rock-ritmes, en Tarus Mateen mag zich aan de bas tussen al het virtuoze gewoel door laten opmerken. Een stevige basis, waar Moran vrij op kan laveren.
‘Artist in Residence’ is echter niet de plaat van het hechte triowerk, integendeel. Moran speelt hier en daar een nummer alleen (
‘Cradle Song’,
‘Artists ought to be writing’,
‘He puts on his coat and leaves’), en voor nog andere nummers mag oa. Ralph Alessi komen meeblazen. Een ander pasklaar argument is dat de tijden van een
‘Gangsterism’ op elke cd (onversneden, hippe groeps-escapades) schijnbaar achter ons ligt, en Moran maakt het zichzelf extra moeilijk door in de trio-nummers een milde, avant-gardistische weg in te slaan. Luister bijvoorbeeld hoe
‘Refraction 1’ ontspoort, gestaag heen en weer zwalpt op een langzaam aanzwellend riedeltje, en uiteindelijk magnifiek uitbloeit.
Ook compositorisch kan men de nummers van
‘Artist in Residence’ onderscheiden van eerder werk. Een lichte, verheven tintje overheerst; een haast romantische dramatiek loopt doorheen de plaat, in de vorm van klassieke, doorzichtige structuren. Moran kiest echter niet uit gemakzucht voor die eenvoud, maar beoogt ofwel keiharde emotie (
‘Milestone’, met een bloedmooie intro), ofwel zuivere complexiteit (
‘RAIN’). Het mag ons dan ook niet verwonderen dat
‘Cradle Song’ rechtstreeks ontleent is aan Carl Maria von Weber: dat past perfect in het plaatje.
Ondanks zijn coherente eenheid, heeft
‘Artist in Residence’ toch ontzettend veel variatie te bieden. Zoals gezegd spelen de gastartiesten daar een belangrijke rol in, maar Moran heeft ook doorheen de jaren een idioom ontwikkelt dat men uit de duizend kan herkennen, zonder hem technisch te beperken. Hij doet wat hij wil, en toch blijft het "Jason Moran" – alleen de groten doen het hem na.
Deze stilistische breuk dwingt ons tot de vraag waar de man eigenlijk heen wil:
‘Same Mother’ was een explosie van bruut jazz-geweld, met
‘Artist in Residence’ keert hij op zijn schreden terug. Mag het weer wat zachter, of houdt hij nog steeds een hels vuur brandende? Op dinsdag 14 oktober komt hij met zijn Bandwagon in de Gentse Bijloke een feestje bouwen. Benieuwd wat dat zal geven.
