...en dat heb ik gedaan. Avontuurlijk album met jaren '70-hardrock. Stel je een festival in 1976, '77 voor met (op alfabetische volgorde) Aerosmith, April Wine, Blue Öyster Cult, Sammy Hagar, Heart, Frank Marino & Mahogany Rush, Montrose, Mother's Finest, Scorpions, Pat Travers, Triumph en UFO. Daar zou Marcus (op mijn streamingdienst te vinden als Marcus Malone) prima hebben tussen gepast met bovendien een eigen, herkenbaar geluid.
Enkele hoogtepunten van dit titelloze debuut, dat mij slechts eenmaal verveelt: de slepende riff van
Black Magic dat de plaat begint als een vertraagde versie van Deep Purples
Spacetruckin' en waarbij de hese stem van Malone meteen de aandacht vraagt. Later de pakkende gitaarsolo van leadgitarist Gene Bloch; tegen het einde toe een hoge keyboardlijn die de climax vervolmaakt.
Midtempo volgt
Salmon Ball dat later versnelt én nog pakkender gitaarwerk kent;
Kelly blijkt een ballade en waar ik daar vaak minder mee heb, pakt het me nu wél.
Gypsy Fever is midtempo en rockend, opnieuw valt de herkenbare stem van Malone mij positief op met de dansende gitaarlijnen van Bloch. Bovendien staat dan vast dat hier een hechte groep speelt: hoe is het mogelijk dat de leden zo onbekend bleven?
Pillow Stars trapt fel de B-kant af, wordt daarna afwisselend dromerig en uptempo rockend. Het snelste nummer met pakkende koortjes en wat is die Bloch toch weer op dreef op zijn zes snaren: Liefhebbers van Michael Schenker zullen op
Marcus vrolijk worden van deze onbekende klasbak en bovendien bevat het nummer een spannend slot.
Na de mindere midtempo ode
Highschool Ladies Streetcorner Babies vallen de kwaliteiten van drummer Dandy Homes voor het eerst ten volle op. Knallend begint
Dreamwheel met dubbele basdrums, pre-Motörhead: een volgende favoriet met alle kwaliteiten van de groep verenigd in een kleine vier minuten. Slotlied
Rise unto Falcon is slepend als de opener, om naar een snelle climax toe te werken met wederom heerlijk drumwerk.
Een onverwacht pareltje voor wie van klassieke hardrock met ambachtelijk gitaarwerk houdt. Bovendien prima geproduceerd.
In 2011 plaatste het Nederlandstalige Blues Magazine een
interviewtje met de man, die na het debuut naar Engeland verkaste. In UK Music Reviews is Marcus Malone uitgebreider
aan het woord.