Wat moet je zeggen over een album als dit? Eigenlijk gewoon heel weinig. Het blues zoals het gespeeld moet worden. Hard, rouw en met een scheurende mondharmonica. Het druipt van de muren af, zeg maar. Daarmee komt het dicht in de buurt van de band die de moderne elektrische blues op zijn top zette begin jaren 90, the Red Devils. Pas als ik de plaat van Giles Robson vergelijk met 'King King' dan verschuift er iets. Dan komt het spel tussen de twee gitaristen onderling en de mondharmonica van Lester Butler er gewoon beter uit. Er is meer balans.
Dat heeft For Those Who Need The Blues net minder. Het meeste draait of de frontman. Dat is een keuze en het is zijn album. Als ik dat opzij zet, is er weinig fout aan dit album. Er wordt op een heerlijke manier gerockt, -boogied, -stompt alsof het een lieve lust is. Recht voor zijn raap en zonder iets achter te houden. Een stoomwals zonder rem.
De blues heeft de pech dat het de laatste bijna 20 jaar net iets minder mijn muziek geworden. Het blijft op zijn tijd wel erg lekker.
Het hele verhaal staat
hier op WoNo Magazine.