Heerlijke aanvulling op Soft Machine's muziek die vanaf deze tijd de richting van Nucleus op ging.
Het is dan ook een komen en gaan van bandleden tussen de bands.
Heerlijke, sfeervolle fusionmuziek dat tegelijk obscuur en uitnodigend klinkt.
Nucleus en The Soft Machine volgen een parallelle weg in het creëren van creatieve, experimentele muziek.
Nu is Soft Machine een psych(rock)band die een crossover maakt naar jazz en jazzrock, terwijl Nucleus meer een jazzband is die de psychedelica en rockgenres exploreert.
Op deze plaat resulteert dat in een smakelijk geheel van jazzy rock en wat psychedelische passages. Omdat elke Nucleusplaat weer een andere bezetting kent (met als bandleider trompettist Ian Carr) klinkt elke plaat anders.
Deze plaat klinkt wat Soft Machine of eigenlijk andersom omdat Karl Jenkins en John Marshall hierop meedoen. Dat hoor je wel aan de sax en hobopartijen en de electrische piano.
Verder speelt gitarist Chris Spedding mee. Aangevuld met bassist Jeff Clyne en tweede saxofonist Brian Smith die ook wat fluit speelt.
Om het allemaal nog jazzier te maken zijn op enkele nummers blazers Kenny Wheeler, Harry Beckett en Tony Roberts toegevoegd.
Een van de hoogtepunten is wel het meeslepende en mysterieuze Spirit Level met prachtig trompetspel van Ian Carr (of is het bugel?)
En verder is Torso een heerlijke jazzfunker met wat lekker ritmisch gitaarspel van Spedding en een bonte mix van blazers en saxsolo's.
Maar het vijftien minuten durende jazzfunkrockfusionsluitstuk is toch wel de kers op de toch al heerlijke taart die deze plaat is. Een magnifiek en heerlijk melodieus en spannend nummer.
Wat we uiteindelijk krijgen voorgeschoteld is die typische experimentele britse jazzrockfusion, maar dan met een flinke dosis Be-Bop ala Miles Davis. Ik kan daarom van harte deze plaat aanbevelen aan zowel jazzliefhebbers als jazzrockfusion-liefhebbers.