Debuut-lp
Rock for the King van Barren Cross was niet hun debuutplaat. Hierboven noteerde
Sir Spamalot al:
"Alle nummers van de een jaar voordien verschenen EP Believe staan ook op dit debuutalbum, dus eigenlijk mag mijn toevoeging van die EP niet op MusicMeter, niet verder vertellen."
Hij was te streng voor zichzelf. Niet alleen omdat die
eigen beheer-EP niet Europa bereikte – althans, nooit in het echt gezien – maar vooral omdat het label Star Song vervolgens de groep tekende en de zes nummers van de EP opnieuw liet opnemen met twee extra nummers. Het resultaat is dit
Rock for the King.
Productie opnieuw door Dino Elefante, nu met een hoorbaar ruimer budget. Ik kende diens naam als co-schrijver van nummers op twee albums van Kansas, de platen uit '82 en '83 met diens broer John als zanger. De bandfoto op de hoes van deze Barren Cross deed terecht overeenkomsten met het geel-zwarte Stryper vermoeden, dat het jaar ervoor de eerste langspeler uitbracht. Hier is de kledingcode wit-blauw.
Het was door door de New wave of British heavy metal dat ik in 1980 de heavy metal was ingezogen en deze US-metal ligt in het verlengde daarvan. Sterker nog, de stem van Mike Lee lijkt op die van Bruce Dickinson.
Ze waren één van de jonge vlaggendragers van wat inmiddels white metal werd genoemd. Mijn eerste indruk was dat dit "de christelijke Iron Maiden" betrof, al is dat te kort door de bocht. Lee zingt weliswaar krachtig en gepassioneerd als zijn Britse collega, het is (enige) gitarist Ray Parris wiens vloeiende stijl afwijkt van de Britse genregenoten. Met als bonussen dat hij enorm snelle solosprintjes op de gitaarhals legt én weet hoe een vétte riff te schrijven.
De teksten kunnen hier - anders dan nadien - te simpel zijn, tegelijkertijd zitten melodieën en composities goed in elkaar. Dat mede omdat er een goed ingespeelde groep staat met het melodieuze spel van bassist Jim LaVerde en de vet in de mix gezette drummer Steve Whitaker.
He Loves You bijvoorbeeld met de solo's en tempoversnelling halverwege.
Mijn drie favorieten van toen zijn dezelfde gebleven: opener
Dying Day (nog altijd als ik een UPS-busje zie rijden, zing ik als vanzelf de regel
"UPS on trahaaaaaain"), het nog iets snellere
Just a Touch en het akoestische, op twaalfsnarige gitaar gespeelde
Light the Flame. Die laatste één van de uitzonderingen op de regel dat ik niet van rockballades houd. Parris' spel doet hier aan het akoestische werk van Black Sabbaths Tony Iommi denken, zoals op album
Sabbath Bloody Sabbath: zeer fraai!
Het album is te vinden
op YouTube. Aardig debuut van een band die hierna de puntjes op de i zette.