Pianist Craig Taborn doet begin december Antwerpen aan met zijn trio, en om nu reeds te proeven van zijn sound besloot ik
‘Junk Magic’ te proberen. De bezetting is hier weliswaar volledig anders (viool en saxofoon “vervangen” wat eigenlijk een bassist zou moeten zijn), toch houd ik zijn jongste album als zijnde representatief voor wat we er live van kunnen verwachten. En het kan beter meteen gezegd: onder de indruk ben ik niet.
Met Dave King achter de drums en enkele lovende recensies verspreid over het net, zijn de verwachtingen hoog gespannen. Dat de muziek best experimenteel zou zijn was een vaststaand feit, maar bij
‘Junk Magic’ dient men eigenlijk de term muziek terug in vraag te stellen. Naast wat elektronisch gewriemel over en weer, waartussen de sax stilletjes mag interfereren, wordt er bitter weinig gemusiceerd. Waar is de communicatie tussen de musici, de interactie die jazz juist zo interessant maakt?
Craig Taborn lijkt veeleer een op hol geslagen kleuter die met allerlei knopjes zit te spelen, of, minder beledigend, een puber die gewoon niet van ophouden weet. Waar bijvoorbeeld
‘The Golden Age’ als een meditatieve, sluimerende trip begint, dreigt het nummer kopje onder te gaan in de overdaad aan effecten.
Echt lelijk is het echter allemaal niet, alleen ontgaat het nut mij totaal – laat staan dat er enige vorm van coherentie valt te ontdekken. Door de drums van King hier en daar bruut af te kappen en altviolist Maneri bijzonder weinig screentime te geven, gaat zelfs het ambachtelijke aspect (dat jazz verheft) verloren.
Niettegenstaande spreekt het label
Thirsty Ear mij wel aan (want ook mijn oor dorst naar meer), omwille van de nagestreefde symbiose tussen jazz, elektronica, en loepzuivere avant-garde. Toch maar eens een vroeger album van Taborn proberen dus…?
