Een tikkeltje onevenwichtig, deze van Johnnie Taylor. Sowieso de helft (5) van de nummers bestaat uit covers, met wisselend resultaat. It’s your thing, oorspronkelijk van The Isley Brothers, en ook Games people play, oorspronkelijk van Joe South, zijn op zich niet slecht gedaan, maar ze klinken beide nogal braafjes. Door de rauwheid die andere opnames hebben, neem van de eerstgenoemde bijvoorbeeld de versie van Ann Peebles en van de laatstgenoemde de versie van Bettye LaVette, komen deze wel een beetje zoutloos over. Dan zijn Parliament cover Testify (I wonna) en Lou Rawls’ Love is a hurting thing een stuk beter gelukt, al komt de stem van Johnnie bij Testify niet zo mooi uit de verf, een zanger van zijn kaliber verdient beter. Dat is trouwens wel vaker het punt bij Johnnie: verkeerde songkeuzes.
Het nummer Who can I turn to (when nobody needs me)?, (ook) een cover, is niet alleen misplaatst, maar ook nog eens vreselijk. De musicalachtige sfeer die het nummer heeft, hoort helemaal niet thuis op een (southern) soul album. Dat dit nummer doet denken aan een musical is niet zo raar overigens, het is afkomstig van “The Roar of the Greasepaint – The Smell of the Crowd”. Dan zijn nummers die voor Johnnie geschreven zijn een stuk leuker. Het absolute hoogtepunt is de ballade Seperation line, een ballade in de vertrouwde Stax-traditie. Love is a hurting thing en de mid-tempo track It’s amazing, zijn van iets minder niveau, maar mogen zich ook berekenen tot de betere momenten. Dat deze wat minder zijn is overigens niet te wijten aan Johnnie z'n aandeel. Uit de arrangementen had veel meer gehaald kunnen worden. De ietwat suffe sound had, naar mijn idee, helemaal niet zo hoeven zijn. De uptempo nummers zijn ook leuk, en dan met name Love bones en I could never be president, waar-van de laatstgenoemde overigens nog datzelfde jaar werd gecoverd door Motown-ster David Ruffin, weten je in een vrolijke stemming te brengen. Beide tillen het album sowieso naar een hoger niveau.
De vocale kwaliteiten van Johnnie staan ook nu weer als een huis. De productie door Don Davis had wat mooier, en vooral verfijnder gekund, deze is nogal oppervlakkig voor een Stax-product, en ook het songmateriaal laat hier en daar te wensen over. Ondanks die punten van kritiek een ruime voldoende.