Met: Woody Shaw (trumpet), Julian Priester (trombone), Arthur Blythe (alto saxophone), Azar Lawrence (tenor saxophone, soprano saxophone), Joe Bonner (piano), Woody Murray (vibes), Clint Houston, John Heard (bass), Billy Hart, Ndugu (drums) Mtume, Guilherme Franco (percussion) Jean Carn (voice)
Een niet geheel consistent plaatje. Het bevat echt fantastische nummers (Warriors of Peace zou ik een spiritual jazz klassieker willen noemen). Op andere momenten schuurt het mij net iets te dicht tegen kitsch aan. Daarnaast is het eigenlijk iedere keer niet Azar Lawrence zelf die schittert maar iemand anders uit de band. Niettemin bevat het als geheel genoeg interessant materiaal. En vooral: wat een band zeg!
De opener geeft me wat gemengde gevoelens. In negatieve zin omdat ik de stem van Jean Carn niet om aan te horen vindt en omdat Guilherme Franco zoals hij altijd doet bijzonder irritant percussie bespeelt. Ik weet niet welk instrument hij er gebruikt maar het maakt een ontzettend knullig geluid en of hij nou met Keith Jarrett of Woody Shaw speelde: hij pakt het er altijd bij. De grote factor van indruk hier is Woody Shaw met een fantastische solo op trompet. De opvolger Fatisha is al stukken beter. Een zachte en warme ballad met een glansrol voor pianist Joe Bonner die hier volledig tot zijn recht komt met zijn prachtige volle clusters en gedetailleerd spel. Warriors of Peace is echt het hoogtepunt van de plaat. Het is echter niet Lawrence zelf die de muziek naar dat hoogtepunt weet te brengen maar Arthur Blythe! Wat een beest man. Met zijn originaliteit en vrijheid in zijn spel tilt hij de muziek naar een bovenaards niveau. Fantastische solo's! En dat allemaal over de kakstrakke begeleiding van een geweldige ritmesectie die eigenlijk de hele plaat door puik werk aflevert.
De B kant dan: Forces of Nature zit net als het titelnummer tussen iets té en oprechte spiritual jazz in. Het thema klinkt wat oubollig maar als de solo's beginnen zit het allemaal toch wel lekker in elkaar. Julian Priester soleert geweldig en dit is de eerste keer dat Azar Lawrence zelf ook wat gas durft te geven. De afsluiter start een beetje met een chant a la Om van John Coltrane. Daarna blijft de muziek kalm voortmeanderen. Jean Carn had wat mij betreft wederom thuis mogen blijven maar het zij zo. Verder wordt er prima gemusiceerd.
Een nogal gemengd pallet dus. Maar op zijn tijd erg vermakelijk. En oh ja: Arthur Blythe
