Met: Lee Morgan (trompet); Clifford Jordan (tenorsax); Wynton Kelly (piano); Paul Chambers (bas); Art Blakey (drums)
Als wonderkind op de trompet neemt Morgan vanaf 1956 een reeks platen op voor Blue Note, en wordt ook lid van de Jazz Messengers. Rond diezelfde tijd neemt zijn productiviteit wat af, misschien vanwege zijn heroïnegebruik (boze tongen beweren dat het Jazz Messengers-leider Art Blakey zelf was, die Morgan aan het ‘spul’ bracht).
De eerste studioplaat onder Morgans naam in ruim anderhalf jaar verschijnt dan ook niet bij Blue Note, maar het in jazz-kringen wat minder prestigieuze Vee-Jay. Buiten dat zet Morgan zijn reeks sterke hardbop-platen gewoon door met deze drie eigen composities en drie covers (waaronder ‘Running Brook’ van de dan nog tamelijk obscure Wayne Shorter, op wiens debuutplaat Morgan, Kelly en Chambers een paar maanden eerder meespeelden).
Morgans ontwikkeling blijft interessant, al wordt op deze plaat zelden echt het avontuur gezocht. Gewoon een heerlijk in de groove zittende hardbop-band, met niet verrassend Wynton Kelly als de andere uitblinker.
Misschien dat prijsnummers als opener ‘Terrible ‘T’’ of Milt Jackson-cover ‘Off Spring’ op vinyl minder goed klinken dan de platen op Blue Note, maar vinyl is zo achterlijk duur geworden dat ik daar waarschijnlijk toch nooit achter ga komen, dus hé. Prima album.