Een nieuwe cd van een band die al jaren bestaat, maar waarvan ik voor het eerst iets hoorde eerder dit jaar met deze nieuwe plaat. Een soort muziek die een harde schop onder de kont geeft, keihard tegen de haren instrijkt en dan weer razend spannend is. Kortom, een plaat die mij nogal wat kanten op deed bewegen. Een plaat die ik op het ene moment vrij snel af zet, teveel, te druk, te alles en op het andere moment, op één dip in de plaat na, intens beleef.
Bardo Pond shoegazet, progrockt en rockt op non-compromitterende wijze. Er is geen bezwaar tegen alles volkomen dichtspelen. Gitaarmuren worden opgetrokken tot trommelvliesscheurende monsters, waar de rest van de band zich man/vrouwmoedig doorheen werkt, de muur stevig van cement voorzient, inclusief een mooie pleisterlaag. Het meest indrukwekkend gebeurt dit in het slotnummer, 'Effigy', waar een dwarsfluit een gevecht aangaat met de steeds meer opstuwende band. Een gevecht die het instrument nooit kan winnen, maar toch standhoudt, als de laatste trommelaar van de marching army band die zonder wapen mee opstoomt richting vijand. Symbolisch fadet het nummer uit, zodat we het, gesuggereerde einde niet mee hoeven te maken. De uitkomst is overduidelijk.
Bardo Pond is spannend, maar soms een overload voor de zintuigen. Uitermate boeiende plaat.
Het hele verhaal staat
hier op WoNo Magazine.