Vrijheid is iets wat wij mensen als God´s grootste gift ervaren. Maar ter gelijk beangstigd het ons en danken wij onze evolutionaire ontwikkeling aan het controleren van het schijnbaar oncontroleerbare. Binnen het zoeken van controle over onze natuurlijke habitat en biologische impulsen, is improvisatie het belangrijkste mechanisme wat wij mensen hebben om ons aan te passen aan de meest veranderlijke omstandigheden en is het ons belangrijkste medicijn tegen het uitsterven van ons ras.
Mitchill´s sound of eigenlijk Mitchill begrijpt deze tweestrijd van ons wezen. Sound is eigenlijk niets meer dan een blauwdruk van ons menselijk bestaan. Wij willen vrijheid maar niet te veel of alleen vrijheid waar wij ons veilig en vertrouwd bij voelen. Wanneer deze vrijheid te veel wordt vinden we het niet natuurlijk. Grappig eigenlijk dat we dit ook zien bij muziek. Muziek moet spannend, vermakelijk en vernieuwend zijn. Voorbeeld de meeste muziek liefhebbers houden niet van covers. Echter kan muziek niet te ver afwijken van onze bestaande dogma's. Dan concluderen we al snel dat het geen muziek is of dat muzikanten maar iets doen.
(Het Sextet bestaand uit: Roscoe Mitchell: alto saxophone, clarinet, flute, recorder; Lester Bowie: trumpet, flugelhorn, harmonica; Malachi Favors: bass; Maurice McIntyre: tenor saxophone; Lester Lashley: trombone, cello; Alvin Fielder: percussion.)
Laat ik direct met de deur in huis vallen dit gehele Sextet weet precies wat ze doen. Maar dagen alle bestaande muzikale dogma's uit die er in 1966 bestonden. Maar zelfs nu haast 40 jaar later zal dit voor veel mensen te ongestructureerd klinken.
De bespeling van de instrumenten als de gehele compositie klinkt onconventioneel. De compositie wisselt lyrische dialogen af met beangstig subtiele solo's. Hierdoor ontstaat er een soort open ruimte binnen de composities. Als luisteraar rest eigenlijk niets meer dan je te laten mee voeren in het geen wat je hoort. In tegen stelling tot andere avantgarde jazzspelers weet mitchell (en later de gehele AAMC) deze storm juist te downplayen, Hierdoor klinken de solo's juist heel eenzaam, alsof ze naakt zijn zorgen ze er voor dat ze ook tragische, angstig en onheilspellend klinken. De dialogen zijn heel vurig en wild. Dit album is een voorbeeld hoe echte chemie tussen muzikanten kan klinken.
Wat mij betreft een mijlpaal binnen de jazzgeschiedenis en behoort zeker tot een van mijn favoriete free-jazz albums.