Dank voor alle details hierboven,
potjandosie.
Sunny Side of the Street pikte ik nazomer 2020, kort na de eerste coronalockdown, uit een platenbak. Alleen al dat ik weer naar (platen)winkels kon gaan, was zo fijn!
Waarom Bryn Haworth? Ik kende hem van later werk en (NCRV?)-radio als een vertegenwoordiger van Britse, relaxte bluespoprock. Steevast warm en liefdevol gespeeld, waarbij zijn slidegitaar en vriendelijke stem minzaam domineren.
Niet per se spannend, maar op een zonnige zondag als gisteren deed het ontspannen
Sunny Side of the Street het goed. Bij de studiomuzikanten herken ik Dave Pegg van Fairport Convention en later Jethro Tull, plus Mel Collins, bekwaam op diverse blaasinstrumenten. Een gevarieerd tiental is het resultaat, op de driesprong van pop, folk en blues.
Warm geproduceerd door Haworth met Diga, oftewel Island-huisproducer Richard Digby Smith, bekend van onder meer klassieke albums met Led Zeppelin. Bij Haworth is het geluid open en uitnodigend. De melodieën groeien bij vaker draaien, zoals mijn favoriet
Darlin' Cory.
Sunny Side of the Street staat niet op mijn streamingplatform (wel
op JijBuis), een extra reden om het vinyl, de hoes en de binnenhoes-met-teksten te koesteren. Muziek van kort voordat punk losbarstte, die bewijst waarom die revolutie nogal eens het kind met het badwater weggooide. Zo toont Haworths muziek, ook nu het maandagochtend is - de zon schijnt weer, buiten en vanaf de draaitafel.