Inderdaad het eerste album van Kitaro dat door een Amerikaanse 'major' platenmaatschappij werd opgepikt. Met het hierna volgende Light of the Spirit (1987) zou Kitaro doorbreken naar een groot publiek in de VS; het is daar nog steeds zijn best verkochte album.
Toch zit er een groot verschil tussen deze plaat en zijn opvolger. Het lijkt erop alsof Kitaro hier de laatste stuiptrekkingen van zijn oorspronkelijke formule uitvoert: mooie, gedragen melodieën, vaak met een romantische, ijle of serene inslag, ondersteund door van die typische synthesizerblurpjes die we ook al op veel eerdere albums hoorden, en bijeengehouden door geluiden die me aan de wind doen denken. En ook die had Kitaro al vele malen eerder gebruikt.
Het moet gezegd: de Japanse synthesizertovenaar creëerde daar een uniek geluid mee, met name op gedenkwaardige platen als zijn debuut Ten Kai, Oasis en Ki, die ik tot de hoogtepunten van dat vroege werk reken. En zijn soundtracks voor de Silk Road-documentaires natuurlijk, al vind ik die nogal wisselend van kwaliteit.
Maar hier lijkt de formule echt uitgewerkt, en Kitaro leek dat ook zelf te beseffen, want Tenku is het laatste album waar hij deze aanpak hanteert. Vanaf de opvolger begon Kitaro meer etnische en akoestische instrumenten aan zijn muziek toe te voegen, niet in de laatste plaats gitaarsolo's die vooral op zijn latere werk net zo episch klonken als Pink Floyd.
Dat maakt Tenku tot een weinig memorabel album, al valt er van individuele tracks als Wings en Message from the cosmos nog best te genieten. Maar als geheel is het wat te langdradig en is de formule uitgemolken.