Afkomstig uit een NCRV-gezin was ik wel vertrouwd met Bijbelse verhalen. Sterker nog, toen Stryper in 1985 doordrong tot zelfs de muziekpagina van de Telegraaf, hadden mijn ouders de NCRV verruild voor de EO. Ik protesteerde: in het programmablad van die omroep zat geen muziekpagina zoals ik bij de NCRV gewend was... Neemt niet weg dat Strypers tweede album indruk op mij maakte.
White metal heette het genre in die dagen en wie daarin actief was, had het zwaar. Veel christenen hadden problemen met rockmuziek met zelfs bizarre theorieën omtrent omkeerteksten. En anderzijds vond de seculiere wereld hen maar heilige boontjes.
Toch volgden in het voetspoor van Stryper de nodige andere bands in dit genre met slechtgekozen naam: 'white' zegt iets over de teksten, niet over welke metalstijl er klinkt. Laat dat laatste nou net de bedoeling zijn in het diffuse landschap dat metal is.
In het geval van Sacred Warrior uit Chicago, in 1988 debuterend met dit
Rebellion, klinkt progressive metal. Vond ik ze indertijd vooral op Queensrÿche lijken, met de oren van nu vallen me vooral de verschillen op.
Om met het laatste te beginnen: de muziek bij Sacred Warrior is véél meer uptempo, stampend als een goede band uit de periode van de New wave of British heavy metal, of de US powermetal die zich vanaf 1982 liet horen. Tweede verschil is dat gitarist Bruce Swift een ware shredder is die vaak zijn notenwatervallen neerzet.
Overeenkomsten: allereerst de hoge stem van zanger Rey Parra, al klinken bij hem niet de klassieke invloeden die ik van Geoff Tate ken, noch het spelen met hoog en laag zoals de zanger uit Seattle zo meesterlijk kan. Parra zingt vooral hoog waarbij de melodieën steevast pakkend zijn.
Tweede overeenkomst zit 'm in de structuur van de nummers, die verder gaat dan de bekende 'couplet-refrein, couplet-refrein-brug-solo en naar het einde'. De vele tempowisselingen maken de nummers daarbij extra gevarieerd.
Tegenwoordig zouden de slaggitaren nadrukkelijker zijn ingemixt; neemt niet weg dat producer Caesar Kalinowski een prima klus heeft neergezet en bovendien ken ik dit album nu al 35 jaar met dat specifieke geluid.
Extra lekker is daarbij dat de drumpartijen van Tony Velazquez vet in de mix zitten. Luid en vol, maar niet met de echo van een badkamer zoals toentertijd nogal eens gebeurde. Daarbij rrrollen de basdrums heerlijk je oren binnen; met alle uptempo nummers brengt dat extra vaart in de muziek.
Nog altijd vraag ik me af hoe het zat met toetsenist Rick Macias. Zijn rol is zó ondergeschikt dat je je afvraagt of hij nog maar net bij de groep zat toen ze
Rebellion opnamen. Vergelijkbaar met hetgeen Darren Wharton mocht doen op zijn eerste plaat bij Thin Lizzy,
Chinatown (1980): bijna niks. Anderzijds maken zijn bijdragen de boel nét wat gevulder, maar verwacht geen toetsensolo's. Hij verzorgde het behang in het geluid, waar drums, gitaar en zang de pijlers zijn.
Het album kent één zwart schaap: ballade
He Died bevat alle clichés die een ballade kan hebben, haalt het tempo uit de tracklist en ontbeert de creativiteit van de overige tien nummers.
In 2019 verscheen een re-release van dit album via
Roxx/Retroactive met een 16 pagina's tellend cd-boekje, waarbij ik niet weet of hiervoor de muziek is hermixt. Vreemd genoeg staat deze uitgave niet op Discogs vermeld.
Jammer van track 4, verder een heerlijk album vol uptempo metal. Ik was blij toen ik 'm laatst tweedehands tegenkwam: de muziek bleek zich in mijn geheugen te hebben gehecht en is nog net zo aangenaam als toen.