Shining is de band van de, om het met een understatement te zeggen, excentrieke Niklas Kvarforth. Hij zwaait de helleplak in dit Zweedse ensemble, en na het vertrek van de Finse gitarist Euge Valovirta, die in belangrijke mate meewerkte aan de songs op de vorige plaat, hoofdstuk 9,
Everyone, Everything, Everywhere, Ends, heeft hij het rijk weer voor zijn eigen verknipte zelf. De hand van Valovirta was duidelijk op de vorige plaat, die ook andere horizonten ging verkennen; ik vind het nog steeds een verrassend goeie plaat. In die optiek was het dus een beetje met een klein, bloedeloos hartje afwachten. Ook opmerkelijk; de vorige plaat is goed tweeënhalf jaar oud.
Na het horen van enkele nummers voorafgaand aan de release bleek echter dat m'n hartje gerust in bloeden mocht uitbarsten, want Kvarforth gaf weer blijk van ontzielde bezieling. Het is vooral op zijn waanzin dat Shining-platen drijven, bijgevolg hangt daar veel van af. De opener is behoorlijk bruut en rechttoe-rechtaan, maar de tweede song,
Gyllene Portarnas Bro, laat een melancholischer geluid horen. Hoewel ook die song iets na halfweg weer abrupt een paar vitesses hoger schakelt, klaar voor overdrive.
Na deze twee songs begint de plaat pas echt wat mij betreft. De derde track opent met een typische Shining-intro, na een halve minuut zet Kvarforth z'n typische kreun in, en daarna ontaardt de song op de wrang smakende wijze die de band zo kenmerkt. De herinneringen aan vroegere pareltjes als
Halmstad zijn dichtbij. De gitaarsolo is ook erg beklijvend.
Han Som Lurar Inom is ongeveer in dezelfde categorie in te delen, maar nog net wat zinderender.
De vijfde track is, traditiegetrouw welhaast, een pianostukje van pak 'm beet drie minuten. Het klinkt een beetje
off, wat het een naargeestig, onheilspellend sfeertje verleent. Het blijkt dan ook een prima opmaat richting de afsluiter, het uit drie bedrijven bestaande
Mot Aokigahara. Het eerste gedeelte is grotendeels akoestisch, en Kvarforth fluisterkreunt en -zingt er, wat mistroostig zelfs, door. Een lang uitgesponnen gitaarsolo luidt het tweede bedrijf in, waarin Kvarforth z'n eigen sterfdatum lijkt aan te kondigen, die tijdens de opnames wellicht nog in de toekomst lag, maar heden in het verleden. Best grappig.
Het laatste gedeelte wordt gevormd door anderhalve minuut je reinste, allesverterende black metal (alle registers open), waarna de song - en de plaat- op memorabele wijze wordt afgerond.
De titel van de plaat,
Varg Utan Flock, betekent vrij vertaald
Wolf zonder Roedel. Dit doet me wat denken aan het meesterwerk
Der Steppenwolf van Hermann Hesse, maar het is vooral een verwijzing naar het subgenre waar Kvarforth boegbeeld van is: suicidal (black) metal. De songtitels verwijzen hier ook naar; zo zijn de Golden Gate Bridge (song 3) en het woud van Aokigahara (afsluiter) zijn, naar verluidt, erg populaire plaatsen voor zelfmoord. Daar heb ik zelf dan weer wat minder mee, maar de sfeer die de band schept op bijvoorbeeld de succulente afsluiter, is bij vlagen geniaal.
Men zou zich, tot slot, kunnen afvragen of de band zichzelf op den duur niet aan het plagiëren is. Eigenlijk is dat ergens wel zo, maar je kan het ook zien als een trademark: Shining is Shining, je herkent ze meteen. En ik heb het gevoel dat Kvarforth daar ook ernstig mee bezig is. Het merk
Shining. Laat dat het luisterplezier (of eerder gesidder) vooral niet vergallen.
4 sterren