Eurus begint zoals Smetanas 'Moldau' (Vltava). 'O Sleeper' begint als een waterstroompje in de heuvels van zuid-west Tsjechië en gaat als een beek tussen de bomen doorslingert verder, om langzaam uit te groeien tot een grote rivier. En terug in dit geval, want in 'Dry Branches' horen we het bos weer.
The Oh Hellos komen met Eurus met een superoptimistische plaat. Het nieuwe folk geluid dat zo ongeveer begin met Mumford & Sons alweer bijna 10 jaar geleden, wordt hier naar een nieuw niveau van eclectiek getild. Het geluid is soms zo overweldigend dat er maar twee opties overblijven: totale overgave of heel hard wegrennen. Ik heb in dit geval gekozen voor overgave. Wat bij mij lang niet altijd het geval is bij deze muziek. Hier wel.
Als geheel is Eurus uiterst gevarieerd. Van uiterste intimiteit naar het totale loslaten van alle zintuigen en opgaan in het woeste gedruis. Daarmee tikken The Oh Hellos een niveau aan, dat ik nog niet eerder van hen hoorde. Sterker, ze laten alles en iedereen achter zich op dit terrein. Iedere hey-ho van de afgelopen 10 jaar kan bij het grofvuil. Door af en toe op te schuiven naar de dynamiek die een band als Dropkick Murphys kenmerkt, wel met de nadruk op akoestische instrumenten, krijgt hun neo-folk een spreekwoordelijke schop onder het achterste die de muziek totaal tot leven brengt.
Na 'Notos', die ik heb gemist in 2017, nu Eurus. Ik verwacht een boxset onder de naam 'Anemoi' in 2020. Dat zou wel eens een van de beste uit de geschiedenis van de folk kunnen gaan worden.
Het hele verhaal staat
hier op WoNoBlog.