Er werd deze week weer driftig gemopperd over ons koningshuis, iets met teveel bezoekers op een verjaardagspartijtje in de tuin in coronatijd. Maar ik heb het toch mooi aan hun koningsdagbezoek aan Groningen in 2018 te danken, dat ik de muziek van Marlene Bakker ken. Zij trad daar op en omdat ik streektaalpop volg, wekte dit van tevoren mijn interesse.
Van de tv-reportage en haar optreden voor de koning weet ik bijna niets meer, wél dat ik de clip van Waarkhanden ontdekte en dat een schitterend liedje vond.
Twee clips en even zovele jaren later zag ik haar tweemaal optreden in 2020. Het eerste concert in band-, het tweede in kleine bezetting. Ik schafte uiteraard het album aan, dat mij thuis naar een andere wereld voerde.
Raif begint klein met de piano van het titellied. Een vrouwenstem, klein en toch krachtig, begint zingend een verhaal te vertellen over gereedschap (raif) als beeld bij de verstrijkende tijd. Drums en uitwaaierende keyboards vergezellen haar spoedig, waarmee een warme sfeer ontstaat, zeker als je later ook strijkers ontwaart.
Daarna Astoe t zain harst, nu al een tijdloze klassieker. Opnieuw die warme sfeer, maar hier uptempo, met een strakke slaggitaar en meeslepende lijn op de elektrische gitaar. Ik waan mij bij de beste new wave die de jaren ’80 voortbrachten. Nee, begrijp me goed, het klinkt eigentijds, maar de melancholie is er zeker.
Vervolgens de eerste "single” Waarkhanden, opnieuw een tijdloos klassiekertje. Een feeërieke melodie, alweer een prachtige strijkerspartij en wie in de tekst duikt krijgt meteen zin om een weekend in een B&B op het Groningse platteland te boeken.
De eerste, ernstige akkoorden van Te nuchter grijpen me onmiddellijk bij de baard. Een langzame compositie, opnieuw warm, de drums in een wolkje echo. Alweer valt op hoe goed dit is geproduceerd en hoe goed de stem van Marlene daarin gedijt.
Kloarwakker is dan weer uptempo, met zowaar een trompet in datzelfde wolkje, hoe mooi! Doe waist beter sluit de A-kant op rustige wijze af; zang, melodie en instrumenten voeren je moeiteloos mee naar… iets onbestemds, ver weg.
Kant B begint met Heufd as helm, net als het titellied een pianoballade die geleidelijk breed uitwaaiert. Hierna de andere twee liedjes die ik dankzij videoclips kende: Golven en Hai hai, beiden even fraai, vlot en toch dromerig. Vol heimwee - of is het fernweh?
Genog veur mie is een ballade over vertrouwen; klein, intiem en persoonlijk. Afsluiter Smilke leunt op een akoestische gitaar, ondersteund door spaarzame keyboards; een kalm einde.
Ik zal hier geen tekstanalyses uitvoeren, maar duik in haar overpeinzingen en je komt pareltjes tegen. Over mensen, het landschap, het leven. Ook te begrijpen voor degenen die net als ik ver van Groningen opgroeiden. Bakker is een eigenzinnige, herkenbare singer-songwriter met een licht-hese stem, wier liedjes en covers (je treft er twee aan) in de productie van Bernard Gepken tot volle bloei komen.
Hierboven noemde ik de plaat eigentijds. Dat klopte niet. Beter is: boventijds. Een musthef, zeker als vinyl in die fraaie klaphoes!