Hoewel ik absoluut een liefhebber (zeg maar gerust fan) ben van Front Line Assembly, heb ik persoonlijk altijd wat moeite gehad met hun oude werk. Het klinkt i.m.o. teveel als oude Front 242, maar dan minder afwisselend, minder geïnspireerd en daardoor niet echt verrassend. Wel leuk om te weten trouwens dat het schijnt dat de naam voor de band geïnspireerd zou zijn door Front 242. Dus dat de muziek er op lijkt, is dan weer niet zo’n verrassing.
De grap is echter dat de muziek tegelijkertijd niet echt slecht is. Bill Leeb heeft vanaf het begin serieus te touwtjes in handen sinds zijn vertrek bij Skinny Puppy en de ene na de andere release op de Industrial/EBM-wereld wordt afgevuurd. Met beperkte middelen voor handen (zowel qua instrumenten als productiemiddelen), heeft hij toch gezorgd voor een aantal bescheiden klassiekers in het genre, waarvan Gashed Senses & Crossfire een goed voorbeeld is.
G S & C is dan ook het eerste album waarop de sound zich enigszins evolueert. De songs kennen net wat meer diepgang en affiniteit en qua productie is het ook een grote stap voorwaarts t.o.v. het vorige werk. Tevens zou dit album een tijdperk afsluiten; het is het laatste album in samenwerking met Michael Balch als bandlid voordat de langdurige samenwerking met Rhys Fulber van start gaat. Deze samenwerking zorgt in eerste instantie voor de redelijke, doch muzikaal niet echt verrassende opvolger Caustic Grip en uiteindelijk in 1992 tot het uitstekende Tactical Neural Implant. En pas vanaf dat album begint de muziek me pas écht aan te spreken.
Duidelijk is dat het oude werk van Front Line Assembly voer is voor de échte fans van hun werk. De rauwere en meer primitieve aanpak van het muzikale materiaal zorgt ervoor dat de diverse nummers in eerste instantie eentoniger en kaal klinken, maar tegelijkertijd ook heel direct en bovenal eerlijk overkomen. Wat dat betreft is dit best een goed album die me eigenlijk tegenwoordig veel meer raakt dan toen ik me voor het eerst in het oudere werk van FLA ging verdiepen (ook al weer flink wat jaren geleden overigens.....). Hets is dan ook gewoon een feit dat Gashed Senses & Crossfire naast hun eerdere werk gewoon meer tijd vraagt om gewaardeerd te worden dan pakweg alle albums sinds Millennium. Het probleem is echter dat ik het lastig vind om die tijd daarvoor vrij te maken. Veel liever luister ik naar het latere werk.
In ieder geval is Gashed Senses & Crossfire een bij vlagen gewaagd en experimenteel album die naast de aanwezigheid van nummers doordrenkt met die typische jaren '80 EBM/Industrial-sound die zo kenmerkend is voor FLA uit hun begindagen, ook nummers bevat die vrij verrassend en meeslepend, ja zelfs ronduit bizar klinken.
Wat er voor zorgt dat dit best nog een afwisselend album genoemd mag worden. De stem van Bill Leeb klinkt zeker niet zo raspend en vervormd als op latere releases. Nee, eerder donker, grimmig en rauw. Hij klinkt dan niet altijd even toonvast, maar dat past in dit geval wel bij dit soort muziek.
Het album gaat redelijk traditioneel van start met "No Limit" en "Antisocial". Twee herkenbare FLA-beukers uit de oude gloriedagen.
Maar dan slaat het roer om en volgen de grimmige, meer meeslepende nummers "Hypocrisy" en "Shutdown". De nare, donkere ondertoon die deze nummers kenmerken, gecombineerd met de boze vocalen van Bill Leeb, zorgen voor de broodnodige afwisseling t.o.v. de eerste 2 nummers.
Echter wordt het met het instrumentale "Prayer" nog een heel ander verhaal. "Prayer" is één van de meest bizarre en verontrustende nummers die FLA tot nu toe gemaakt heeft. Nachtmerrie-achtig en geniaal tegelijkertijd, zorgt dit nummer, tezamen met de nare samples, dat deze gewoon bijblijft. Het had ook zeker niet misstaan op één van de vroegere Delerium-albums. Zeker niet ieders kost, echter daarom juist vind ik 't zo goed.
Helaas is het dan zo jammer dat het niveau met de 2de helft i.m.o. inzakt. Nummers als “Digital Tension Dementia” en “Big Money” zijn best OK, maar hebben ook weer niet het niveau en de impact van pakweg de eerste 2 nummers.
En dat zorgt ervoor, dat er i.m.o. toch sprake is van een inkak-plaat. En dat is jammer, want de plaat heeft zeker z’n momenten en laat zo nu en dan een band horen die het heilige vuur praktisch heeft gevonden.
Door mijn beoordeling over deze plaat ben ik voor mezelf tot de conclusie gekomen dat de fans van FLA in twee kampen zijn verdeeld. Je hebt de fans in het eerste kamp die zweren bij hun old school-werk t/m het album Tactical Neural Implant. En je hebt de fans in het tweede kamp die vanaf TNI de band zijn gaan volgen. Zelf beschouw ik me als een fan die bij het tweede kamp hoort. Alhoewel ik zeker niet spuug van het oude werk, doet het me toch allemaal wat minder, ondanks dat niet al het latere werk zo goed is als het oude spul.
Voor mij is G S & C uiteindelijk toch helaas een wat middelmatig album vanwege de zwakkere 2de helft, wat dan ook voor een middelmatige score van 3 punten heeft gezorgd.