Het is altijd leuk als je artiesten persoonlijk leert kennen. De meeste mensen kennen mijn avonturen met de inmiddels ter ziele gegane band REVERE wel. In de laatste bezettingen speelde Jay Chakravorty toetsen en af en toe gitaar. Ook maakte hij van enkele nummers remixen.
Toen ik een privé optreden voor Gabby Young organiseerde speelde hij toetsen in die band en bleef ie bij mij thuis logeren samen met de rest van de band (in de tijd van REVERE waren dat andere bandleden).
Vervolgens volg je het wel en wee op Facebook en toen maakte hij ineens reclame voor Bryde (Sarah Howell), in wiens band hij bas speelt. Nieuwsgierigheid dwingt dan om te gaan luisteren en ik zag dat ze wat losse singles had uitgebracht en twee EP's. Toch was het de eerste single van Like an Island, To Be Brave, die ik als eerste beluisterde en dat maakte indruk. Een melancholiek, ietwat onderkoeld nummer (door de gitaar) met een rauw randje. Het deed me denken aan PJ Harvey, maar de stem wist em terug te leiden naar The Cranberries. Vergelijkingen die maar deels opgaan, maar de interesse was er wel gelijk.
To Be Brave blijkt de opener van het debuut van Bryde.
Waar de EP's redelijk rustig waren daar durft Bryde hier al de registers wat meer open te trekken zoals te horen in Less. Het doet me denken aan de rockende dames uit de jaren '90 waar ik toen wel voor viel. Grunge anno 2018. Die zag ik na de singles en EP's even niet aankomen. Maar wat een strot!
Flesh, Blood and Love is dan gelijk weer een stukje meer coolness en PJ Harvey is toch weer degene die bij me naar boven komt, hoe onterecht ook. Een prima nummer, maar misschien ietwat anoniem.
Dat is Peace een stuk minder door het heen en weer slingeren van melancholie naar brute gitaarkracht. Rauw en teder tegelijk en daarmee pak ik de kern van Like an Island wel gelijk: de schitterende zang in contrast met de rauwe sound. Op de EP's was die tegenstelling veel minder groot, wat overigens ook heel goed uitpakt.
Like an Island dendert snel door met Fast Awake. Mooie harmonische vocalen, een gedreven ritme en en glashelder gitaargeluid. Ingrediënten voor een uitstekende pop-rocksong.
Euphoria is geen cover van het winnende Songfestivallied uit Zeden. Het vormt het hart van het album. Piano opent, waardoor Sarah haar vocalen in volle glorie kan laten horen. Het nummer krijgt vervolgens een langzame opbouw waardoor er een soort climax wordt opgebouwd. Een nummer dat er voor zorgt dat je vrij intens luistert, zeker ook als het naar het einde toe wat rauwe randjes krijgt maar nergens ruig wordt omdat het redelijk ingetogen blijft.
Handstands valt op door het overslaan van de zang zoals Sinéad O'Connor dat zo mooi kan. Een donker klinkend nummer, maar door die heldere zang wordt het ook weer niet heel somber. Prachtig, meeslepend nummer.
Op To Be Loved hoor ik de rauwe grunge kant weer wat terug. Grunge is eigenlijk wel een foute betiteling, het doet me bijvoorbeeld ook denken aan Tracy Bonham uit die jaren. Het klinkt catchy meer weet door de rauwe rand ook te schuren, waardoor het geheel net wat spannender wordt.
Desire is ook op single verschenen. Het nummer klinkt puntig en pittig en weet toch mee te slepen. Typisch zo'n nummer dat een beetje onder je huid moet gaan kruipen en wat meer tijd vraagt.
Transparent klinkt als een lieflijk folknummer en ligt daarmee meer in lijn van de verschenen EP's. De nadruk ligt op de zang, de begeleiding is in dienst daarvan. Hier valt op wat een prachtige stem Sarah heeft.
Afsluiter Steady Heart doet hetzelfde als Transparent: de zang mag zich in volle glorie etaleren en de instrumentatie is slechts een mooie ondersteuning daarvan. Hierdoor eindigt het album rustig en heb je tijd om weer even bij te komen.
Like an Island is een schitterend debuut, vooral gedragen door de zang, en een stukje nostalgie naar de jaren '90 mag zeker niet onbenoemd blijven. Toch is dit geen retro. Bryde is helemaal van nu. De Britse pers is enthousiast, ik ook. Het uitkijken naar haar optreden in Paradiso op 6 mei is nu extra leuk geworden!