Na vijf jaar bracht Whitehouse met Bird Seed een driedelige reeks ten einde, met Mommy and Daddy (1998) begonnen en voortgezet met Cruise (2001). De trilogie leidde tot een heropleving van de groep die nog steeds bekend stond als "William Bennett's Whitehouse" en geassocieerd werd met het pompende gesis en het gedweep met geweld op haar albums uit de jaren '80. Die zinderende electronica is nog aanwezig, maar ook de drumcomputers die in de 'doorstart' van de groep, Cut Hands, tot studieobject worden gemaakt. Dit is ook eveneens het laatste album met het langdurig lid Peter Sotos.
Meest markant voor deze trilogie zijn diens geluidscolleges. Sotos, bekend als schrijver en muzikant, was al lid van Whitehouse toen hij het album Buyer's Market (1992) uitbracht. Dat album is een uiting van Sotos' langdurige obsessie: de slachtoffers van seksueel geweld. Het op dit soloalbum ontwikkelde procedé, waarbij verhalen van slachtoffers worden versneden in geluidscollages, werd ook op alle albums uit de genoemde trilogie toegepast, in dit geval op het titelnummer. Maar het is duidelijk dat Whitehouse met Bird Seed na het vertrek van Sotos vooral een nieuwe weg wil zoeken.
Een nerveuze energie is voelbaar in dit album, zoals in het bijna dansbare "Wriggle Like a Fucking Eel", lopend door alle nummers, leidend tot een coherent geheel - in een hogere mate dan de andere delen van de trilogie. Op "Munkisi Munkondi", dat niet zo misstaan op een alternatief electro-pop album, is er zelfs ruimte voor humor. Whitehouse vindt zichzelf hier opnieuw uit en weet dit. De energie komt daarom misschien voort uit een besef van bevrijding.
Het is dit zelfbegrip dat het album zo goed maakt. Na ruim dertig jaar te hebben bestaan, kijkt Whitehouse opnieuw vooruit. De groep lijkt meer dan ooit geobsedeerd met de mogelijkheden van moderne electronica, zoals blijkt uit "Cut Hands Has the Solution". Dat betekent niet dat het verleden definitief wordt afgesloten. Whitehouse wil ook zichzelf blijven. Dit blijkt uit het openingsnummer "Why You Never Became a Dancer", waar deze nieuwe technieken worden verbonden met het oude thema van seksueel geweld. Het album kijkt dus voor- en achteruit.
Ondanks meer duidelijkheid en lichtheid is het album niet eenvoudig te beluisteren. Bennett's teksten zijn nog altijd duister, agressief en confronterend. Van tijd tot tijd lijkt het verbale geweld zelfs iets te overdreven. Neem bijvoorbeeld de laatste strofen van "Cut Hands Has the Solution", dat uitmondt in een dissonante gil. Maar genomen naar het gehele verloop van Bird Seed lijkt een dergelijke oerschreeuw voort te komen uit de energie die het album bepaalt. Net zoals op de vroegere platen is er een urgente boodschap die simpelweg gezegd moet worden. In dit geval is dat de aankondiging van nieuwe mogelijkheden en nieuwe diepgang.