Schitterend avontuurlijk jazzplaatje van drummer Tim Daisy en zijn 'nieuwe' ensemble (mensen waarmee hij al zijn hele carrière in wisselende samenstellingen samenwerkt). Daisy is een Chicago native en zoals het een jazzmuzikant uit Chicago betaamt kent hij zijn roots en eert hij de musici uit de AACM golf. Dat is ook goed te horen op deze plaat. Invloeden van figuren als Anthony Braxton, Roscoe Mitchell en Richard Abrams zijn merkbaar. Wat volgt is derhalve dan ook een vermenging van pure energieke freejazz en gecontroleerde uitgeschreven kamer-ensemblemuziek. De tweede compositie is daarin echter een afwijkende uitzondering. 'Glass and Lead' put duidelijk invloeden uit het minimalisme en modern klassieke muziek. In deze compositie overheerst het kamerensemble duidelijk, mede dankzij Daisy's groovende marimbaspel (Steve Reich is niet ver weg), maar Dave Rempis' subtiele baritonsax en Steve Swell's knetterende trombone zorgen ervoor dat de jazz op de achtergrond blijft loeren op haar kans om spontaan uit te barsten. In de liner notes worden onder meer Marion Brown en Julius Hemphill genoemd en laat dat nou net experts zijn op dat gebied.
De derde compositie is het meest spectaculair. Een ruige climax lijkt op de helft van de compositie het einde van de plaat in te luiden, maar uit het niets volgt een fantastische drumsolo van Daisy. Een gedurfde move om een heerlijke chaotische climax niet het einde te laten zijn, maar de drumsolo luidt gelukkig een zeer fijn slot in waarbij elke muzikant nog zijn steentje bij mag dragen met indrukwekkend gecomponeerde sequenties. De drumsolo voelt compleet geïmproviseerd aan, maar de stukken waar de andere Ensembleleden die drumsolo bijval (met blaas- en cellowerk) geven zijn zo krachtig en goed geplaatst, dat ze wel uitgeschreven moeten zijn. Zeer volwassen geschreven door Daisy. Zoals zijn 'mentoren' die hij in de liner notes noemt, eigenlijk ooit al eens hebben voorgeschreven.