Het blijft fascinerend hoe sommige artiesten meteen op handen gedragen worden en andere decennialang een vrij anoniem muzikaal bestaan leiden. Dat laatste geldt zeker ook voor zanger en componist Beverly Glenn-Copeland, die pas de laatste jaren op warme belangstelling kan rekenen, mede dankzij de heruitgave van onder meer dit album.
Beverly Glenn-Copeland werd in 1944 geboren in Philadelphia, Pennsylvania als Beverly, een zwarte Amerikaanse vrouw. Nu is hij Glenn, een zwarte Canadese transman. Hij verhuisde in 1961 van zijn geboortestad Philadelphia naar Montréal om klassieke muziek te studeren aan de McGill University (met de nadruk op Lieder, klassieke kunstliederen uit Duitsland en Frankrijk). Nadien is hij nooit meer teruggekeerd naar de Verenigde Staten, het kalmere Canada past beter bij hem. Na zijn studie voelde hij zich geroepen om muziek te schrijven die invloeden van de talloze muziekculturen waar hij van was gaan houden, zou verweven. Succes bleef lange tijd uit, dus in de tussentijd verdiende hij zijn geld met het componeren van musicals, opera en kindermuziek voor het Canadese Sesamstraat. Ook was hij jarenlang als ‘Beverly’ een vaste gast in een kinderprogramma.
Dit titelloze debuutalbum onder de naam Beverly Glenn-Copeland bestaat uit acht wonderschone nummers, waarop Glenn-Copeland een schitterend amalgaam van folk, pop en jazz ten gehore brengt. Tijdgenoten als Joni Mitchell, Nick Drake, Tim Buckley of voor mijn part Terry Callier zijn nooit ver weg, maar toch bleef dit album lange tijd vrijwel onopgemerkt. Dat is eeuwig zonde, maar ik ben blij dat zijn muziek nu dan toch eindelijk wordt opgepikt, zij het vijftig jaar na dato. Ook liefhebbers van bijvoorbeeld Ryley Walker zouden hier nodig eens naar moeten luisteren.