Welaan dan.
Pavo Pavo is een band uit de VS met Eliza Bagg en Oliver Hill als spilfiguren. De twee vormden jaren een koppel maar gingen recent uit elkaar (tijdens het schrijven aan de plaat), en dat hoor je wel terug in de teksten.
De titelsong is misschien wel het mooiste nummer dat ik in 2019 al heb gehoord (het is begin februari, dus veel stelt dat statement nog niet voor), met spookachtig mooie vocalen van Eliza Bagg en de prachtige zinssnede
"I'm designed to be unsatisfied". De melodie is verslavend en de samenzang met Oliver Hill snijdt door je heen.
Dit is voor mij meteen het hoogtepunt van de plaat (hoewel ik her en der lees dat
Check the Weather wordt gezien als de beste song), maar dat wil niet zeggen dat de koek op is.
Mon Cheri klinkt speelser en heeft ook wel wat weg van een niemendalletje, maar heeft ook wel iets aantrekkelijks.
Easy is dan weer wat trager, majestueuzer, en gedragen door Bagg's feeërieke, lieflijke vocalen, die ook etherisch aandoen en me zodoende meenemen naar hogere sferen.
100 Years is een melodieuze song die traag op gang komt, maar dan plots in een stroomversnelling terechtkomt, en even plots weer wat tandjes terugschakelt. Die variatie en grilligheid hoor je in heel wat nummer terugkomen.
Check the Weather heeft dat eerlijk gezegd wat minder, en is gewoon een meer dan prima popsong.
Close to Your Ego klinkt, alweer, lieflijk. De tekst is wel wat nijdiger, lijkt me.
The Other Half begint met een mysterieuze interlude die meteen je aandacht vat, en klinkt vervolgens als een slaapmutsje. Na een dikke minuut krijg je een soort dubbel refrein dat je opwekt uit een mooie droom. In dit nummer lijken Bagg en Hill met elkaar te praten over hun relatie en hun breuk, maar een poging om de brokken te lijmen doen ze niet echt. De song sluit af zoals deze werd geopend, overigens. Een beetje curieus.
Around, Pt. 1 &
Around, Pt. 2 lijken eigenlijk alleen in titel op elkaar, want het zijn twee op zichzelf staande songs. Het eerste doet - vooral in het makkelijk mee te neuriën refrein - erg denken aan Beach Boys, maar evenveel aan Beach House. Een kreupel klinkende gitaarsolo zorgt voor wat verstrooiing, maar 't blijft toch vooral pure pracht en verwondering wat de klok slaat. Het tweede deel begint erg melancholisch en had de soundtrack kunnen zijn van de slotscène in een pakkende zomeravondfilm aan het strand. In het tweede deel lijkt Oliver Hill door de vocoder wat flarden te zingen, wat me een wat wrang gevoel geeft met betrekking tot dit nummer. Er knaagt nu wat aan de afwerking, vind ik.
Dat wordt vervolgens meer dan goedgemaakt door het machtige
Statue Is a Man Inside, dat uitblinkt in veelzijdigheid en een mysterieuze aantrekkingskracht op me uitoefent. Ik hoor hier de dream pop van Beach House en aanverwanten weer in terugkomen, maar evenzeer de pop uit de jaren '60, de folk-revival en zelfs een toefje prog (maar da 's mijn eigen gevoel, natuurlijk

). Enfin, mijn punt is dat ik dit erg goed vind, en nog vele malen ga draaien samen met de titelsong!
Het album wordt afgesloten met
Goldenrod, waarin Eliza Bagg neemt de vocalen voor haar rekening, en die vocalen zijn een beetje vervormd. De song klinkt daardoor alsof de jongens van Fleet Foxes aan de hallucinogene middelen hebben gezeten. Een fraaie afsluiter dus, maar toch nog een kritische noot: het nummer had wat korter gemogen.
Maar ach, als dat het ergst is, laat het dan duidelijk zijn dat dit een erg goeie, afwisselende plaat is. Qua eclectisch vermogen in de popmuziek moest ik trouwens denken aan
Hang, de laatste plaat van Foxygen, hoewel die een pak extraverter is. Die band komt in april ook weer met nieuw werk. En zo hebben we altijd het nodige luistervoer.
4 sterren