Dit is het buitenbeentje onder de QMS albums. Het vertrek van Gary Duncan, die de band Outlaw begon met de vers uit de gevangenis gekomen Dino Valenti, werd opgevangen met het aantrekken van Nicky Hopkins. De studio-piano guru van de 60s was verliefd geworden was op een meisje uit Mill Valley, operatie basis van QMS, vandaar.
Een pianist voor een gitarist voor een band die naam gemaakt had door z'n gitaristen was een beetje vreemde keus, ook al was die pianist uniek. John Cipollina was dan welliswaar "the man" voor de fans, Duncan was de vormgever. Dus kwa struktuur en repertoire krijgen we hier te maken met een heel andere QMS dan op Happy Trails. Ik heb me jaren af lopen vragen wat ik nog met deze LP moest, maar nadat ik 'm gedigitaliseerd had kwam er, met wat kanaalkorrekties en geschuif met de EQ, opeens een prima plaat tevoorschijn.
Als je aan Shady Grove wilt beginnen moet je dus de ( gevierde ) Happy Trails sound uit je geheugen schrappen om hier met verse oren aan te beginnen. David Freiberg trekt hier de kar en grijpt terug naar z'n verleden als folkie wat meer resulteert in een vervolg van hun debuut LP ( minus Gold & Silver en The Fool dan natuurlijk

).
Vreemd genoeg werkt dat behoorlijk goed omdat het gekozen repertoire behoorlijk overtuigend is. Het titelnummer is een tot showcase voor Hopkins en Cippolina omgetoverde versie van de ouwe country kastanje. Flute Song klinkt ( en werkt ) als een prima voorloper van waar de latere 6-mans Valenti bezetting zich mee bezig zou gaan houden en Holy Moly, Joseph's Coat en Flashing Lonsesome ( de drie Nick Gravenites songs, waarvan 2 samen met Freiburg en Cippollina geschreven ) zijn pure klasse.
Aan Edward is ook helemaal niks mis maar past eigenlijk, zoals ook verdere Hopkins intrusumentaaltjes op hun latere platen, niet in het geheel van het album. Het werd echter wel Hopkins' signature tune en er zou later nog een hele LP met jams aan opgehangen worden: (
Jamming With Edward )