Soledad
Oscar Peterson... das controversieel materiaal in de jazzwereld. Niet omdat het nou zo wereldschokkend vernieuwend of origineel was, wat hij uit de piano toverde maar meer hoe mensen op hem reageerden. Tot op de dag van vandaag is men verdeeld in de jazzwereld: de één vind hem een onoriginele, overtechnische, gevoelloze egotripper. De ander verafgood hem als één van de meest technisch begaafde en beste pianisten uit de historie van de jazz. En voor beide kanten valt eigenlijk wel iets te zeggen. Oscar zelf stond er in ieder geval boven: hij deed gewoon waar hij zelf zin in had en genoot van iedereen die hij begeleidde: van Charlie Parker tot Ella Fitzgerald, van Coleman Hawkins tot Freddie Hubbard.
Ik heb zelf een haat liefde verhouding met Oscar Peterson. Sommige platen komen bij mij niet verder dan 1 ster, anderen scoren de volle mep.
Aan deze durf ik er wel vier kwijt. Het is zijn sterkste periode (eind jaren zestig, begin zeventig) en hij heeft een retestrakke band achter zich. Hij bevind zich in het privévertrek van de baas van MPS. Begeleidt door Sam Jones en Bobby Durham gaat Oscar los. Met name Nica’s Dream is verbluffend goed. Het begint langzaam en afwachtend en wordt steeds verder uitgebouwd tot een climax. Sam Jones bast heerlijk de structuur: is strak maar swingt ook als een tiet. Een prima opvolger van Ray Brown. Verwacht geen diepgang a la Bill Evans of Keith Jarret, verwacht wel plezier en een hele goede band.
Het geluid, Oscar, de band, de composities: het klopt allemaal. Er zijn nog betere platen uit deze periode maar ook deze mag er zijn. Oscar was artistiek gezien op zijn hoogtepunt hier.