Zeker, doch nog wat moeilijk te duiden en te doorgronden. Spring Heel Jack speelt tegenwoordig zelf heel wat instrumenten in om die vervolgens op allerlei manieren te mixen, te samplen, te loopen en delen van ingespeelde motieven op te breken om ze in verschillende passages terug te laten komen. Het betere knip- en plakwerk zullen we maar zeggen. Weliswaar van hun eigen muziek.
Thomas speelt de piano en synthesizers in en vormt een beetje de basis voor de andere jazz muzikanten (Smith en Noble - die laatste op drums) om te kunnen soleren, terwijl SHJ vooral het geluidspalet en sound inkleurt met hun producties en overige instrumentatie en experimenten. Ook deze opnamen van Thomas worden door het duo SHJ bewerkt. Sommige pianosolo's zijn in tweeën geknipt en bij andere sequenties ingepast. Legende Smith trompeteert de ene keer korte motieven, om vervolgens na een tijd op de reservebank te hebben gezeten weer razend uit de hoek te komen. Ook hierin vermoed ik dat delen van zijn solo's door SHJ zijn ingemixed in de uiteindelijke tracks. Eigenlijk dus wat we vroeger al redelijk goed ten gehore kregen van SHJ; experimentele geluidscollages met een elektronische sound die zich door middel van het live samplen van akoestische instrumenten steeds dieper in de free jazz zou gaan nestelen. Inmiddels kunnen we echt meer spreken van een vrije improv collectief met een enigszins akoestisch/ semi-elektronische touch. Muzikaal klinkt het verloop van het album - ondanks deze beschrijving - toch redelijk vloeiend (terwijl het productieproces ook bijna een jaar behelsde), maar het blijft zeer lastig om de ideeën en improvisaties te doorgronden. Emotieve (even een Engelse verbastering erin) zware muziek.
Ben er, kortom, nog niet helemaal over uit. Interessant plaatje is het echter zeker.