Ik had Dig It al, maar toen bleek dat Revisited dit album in 2005, niet alleen met een bonustrack, maar ook met een DVD zou uitbrengen, voelde ik me verplicht, ondanks dat Dig It zeker niet tot mijn favorieten van Klaus Schulze behoort, deze toch aan te schaffen. Achteraf gezien blijkt de Linzer Stahlsinfonie dan toch wat tegen te vallen. Muzikaal gezien is het allemaal niet zo heel interessant en op een gegeven moment geloofde ik de beelden ook wel. Als uniek live-document is het zeker een leuk extraatje, dat dan weer wel...
Het album zelf is zijn eerste waarmee hij een nieuw tijdperk inluidt. Schulze neemt afscheid van zijn analoge apparatuur en stort zich op de digitale synthesizers. Het resultaat is alleen niet heel erg overtuigend en zorgt voor helaas een nogal duf klinkend album. Maar gelukkig is daar nog een speciale bonustrack in de vorm van "Esoteric Goody" die zowaar het officiële Dig It-album zowat geheel doet vergeten. Want het is de bonustrack die het 'm hier doet.
Maar eerst is daar "Death of an Analogue" die vrij zwaarmoedig klinkt, mede te danken aan het wat logge drumspel van Fred Severloh. Het is, mede dankzij de boodschap van de robotstem, daadwerkelijk een muzikale nagedachtenis aan de oude, analoge apparatuur en tegelijkertijd wordt er ook het digitale tijdperk mee ingeluid. Als idee vind ik het aardig bedacht, echter als compositie vind ik het niet geheel geslaagd. Het klinkt allemaal wat loom, kil, eentonig en daardoor doelloos.
"Weird Caravan" is alweer wat beter en is een leuke, korte compositie die redelijk vrolijk en speels klinkt. Het is ook weer eens wat anders dan dat ik normaal gewend ben van Schulze.
"The Looper Isn't a Hooker" is redelijk bijzonder van opzet. Het aparte, maar behoorlijk aanwezige ritme gaat gepaard met opvallend synth-werk wat ergens wel zorgt voor een verfrissende luister-ervaring. Op den duur gaat het nadrukkelijk op de grond liggende percussiewerk wel wat irriteren en was het misschien op terugwerkende kracht beter geweest als deze achterwege was gebleven. Toch is het zeker geen onaardig nummer.
Dan volgt "Synthasy". En het is dit nummer die het album probeert naar een relatief wat hoger plan te tillen, maar ondanks de goede bedoelingen, daar niet in slaagt.
Het begin is vrij vreemd, met allerlei bizarre klanken waar weinig structuur in te ontdekken valt. Maar als intro mag het wel als redelijk geslaagd genoemd worden. Vanaf de derde minuut laat Schulze e.e.a. wat tot bedaren komen en laat hij de lang aanhoudende synths op de voorgrond treden. Tussendoor is er wat bombastisch en theatraal gedrum van Fred Severloh te horen, wat voor een soort van spanningsveld zorgt. De zoemende en dwalende synths beginnen op den duur wat zweverig en spookachtig te klinken, echter zorgt het er gelukkig nog wel voor dat de oren redelijk gespitst blijven.
Rond de tiende minuut lijkt Schulze zich wat meer te willen gaan uitleven op zijn synths en dat gebeurd dan ook als ook Severloh voor een aanstekelijk drumritme zorgt. Maar hier blijft het wel bij, aangezien Schulze verder geen progressie meer boekt. Ja, er is op een gegeven moment wel wat gefluister van de robotstem te horen, maar daar blijft het bij. Schulze blijft daardoor toch, tot het einde toe, teveel hangen in middelmatigheid en dat is jammer.
Maar gelukkig is daar "Esoteric Goody" en wat dit is een verrassend toppertje!!
Het nummer begint in de eerste sectie met een abstract scala aan vreemde klanken die meteen voor een nogal beklemmend sfeertje zorgen. Een sfeertje die voor minutenlang aanhoudt en die naarmate deze vordert soms heftiger lijkt te worden, maar dan ook weer wat zachter lijkt te klinken.
In de tweede sectie, vanaf de tiende minuut, zorgen twinkelende en onaardse klanken voor een lichte omslag in de sound en krijgen we materiaal voorgeschoteld die toch erg diep geworteld lijken te zijn in de jaren '70, waardoor automatisch de vraag ontstaat of dit materiaal wel echt van de Dig It-sessies afkomstig is. Het klinkt eerder iets wat bijvoorbeeld van een Mirage afkomstig is.
Op een gegeven moment ontvouwt zich een warm synth-tapijt die voor een groots klinkend gebeuren zorgt. Niet veel later verdwijnt deze en zorgen allerlei minuscule, bubbelende, twinkelende en andere meer vreemdsoortige, galmende klanken voor een mooi slot van de tweede sectie.
De derde en laatste sectie is al net zo intrigerend. Het laat wederom een collage aan bibberende en mysterieuze synth-klanken horen. Dit is onderhand pure avant garde en mag zeker geslaagd genoemd worden.
En zo is Dig It dan toch nog een redelijk album te noemen, wat in dit geval puur komt door "Esoteric Goody" die ervoor zorgt dat deze uiteindelijk toch nog van een 3 naar een 3,5 gaat. Echter zal er niet meer in gaan zitten.