Ik volg Peter al vanaf het album Normal For Bridgewater uit 2000. Dat was een zeer fraai, op folk gebaseerd album, dat regelmatig op mijn 'digitale draaitafel' lag. De daarop volgende albums waren ook best aangenaam, maar bleven toch onvoldoende hangen.
Met het in 2016 uitgebrachte Nos Da Comrade was hij duidelijk een andere richting ingeslagen. Dat kon ik goed waarderen en er stonden ook een paar nummers op die mij erg aanspraken. Toch bleef het bij een keer of 10 luisteren, daarna verdween hij in de grote overvloed. Waarom, dat was mij minder duidelijk.
Tot nu. Na de eerste keer luisteren naar King of Madrid werd het mij ineens duidelijk: 'Nos' was onsamenhangend geheel met nummers van sterk wisselende kwaliteit en van allerlei stromingen. King of Madrid is daarentegen zo'n zeldzame plaat, waar na één keer luisteren al een paar nummers direct blijven hangen. En na een paar keer luisteren blijken alle nummers van een constant hoge kwaliteit.
Nog belangrijker is dat het één coherent geheel blijft, ondanks dat het wemelt van allerlei invloeden, maar dan op een positieve manier: je hoort sporen van de Beatles (ten tijde van Rubber Soul en Revolver), de gave van Ray Davies voor oorwurmpjes. En dat stoort geen moment, het blijft toch echt Peter Bruntnell en helemaal 2019. Alleen Memory Hood lijkt toch wel verdacht veel op Misunderstood van Wilco, maar dat vergeef ik Peter graag.
Daar komt nog bij dat het hele album een warm organische geluid kent, op eenzelfde manier zoals Jonathan Wilson dat kan. En dan hoor ik in enkele nummers nog de geweldige pedal steel van de legendarische BJ Cole, en ben ik helemaal gelukkig. Halverwege het jaar durf ik nu al te stellen dat dit ergens in mijn top 10 van 2019 terecht gaat komen ...