Op reis door new wave kom ik bij een onverwachte zijweg. De Engelse groep Rip Rig + Panic vernoemde zich naar dit album uit 1965,
Rip, Rig and Panic van The Roland Kirk Quartet. Bij mijn eerste echte baan had ik een wandelende jazzencyclopedie als collega. Van hem leerde ik over jazz én ik ging het waarderen. Bebop, cool jazz en free jazz waren zijn favoriete substromingen en zo leerde ik over de nodige namen en hoe ze klonken.
Thuis draai ik het eigenlijk nooit, ik koop het zelden maar vanavond is het opeens genieten van multi-instrumentalist Roland Kirk (vooral blaasinstrumenten), pianist Jaki Byard, bassist Richard Davis en drummer Elvin Jones. Dit had ik niet gepland en zo wordt het extra lekker.
Het Quartet was weliswaar Kirks groep, maar hij gunde Byard de nodige ruimte op diens klavier en de ritmesectie gaat ondertussen lekker z'n gang (drumsolo in het titelnummer, waar Kirk een sirene doorheen gooit), steeds ten dienste van de solist. Bebop zoals ik die graag hoor, waarbij Kirk soms luid en snel tekeer gaat zoals in
From Bechet, Byas and Fats, om vervolgens weer ruiimte aan Byard te laten. Die afwisseling werkt goed.
Variatie zit 'm ook in de blaasinstrumenten. Kirk speelt naast tenorsax de stritch (waarschijnlijk
dit exemplaar), manzello, dwarsfluit, hobo en meer. En castagnetten, vermeldt de hoes. En die verpakking is overigens een
kunstwerkje op zichzelf.