De binnenhoes van de LP zegt eigenlijk alles over dit album. Ex-Traffic-drummer Capaldi kreeg hulp van zijn muzikale maatjes en generatiegenoten Steve Winwood, George Harrison, Mick Ralphs (Badco) en Eric Clapton (de fraaie solo op Oh Lord, why Lord). Dat schept hoge verwachtingen, maar ik lees ook dat er iemand is ingehuurd voor 'synthesizer and drum programming' en nog een andere technicus voor 'additional drum programming'. Delen van de plaat blijken te zijn opgenomen in maar liefst negen (!, echt waar, tel maar mee) verschillende studio's, all over the world.
Dat totaalplaatje schept een beeld van wat je mag verwachten en wat er ook uitkomt: een classic rockplaat met enerzijds gedegen instrumentatie (keyboards, orgel, slag- en sologitaar) en anderzijds een nogal klinische sound, iets wat eind jaren tachtig overigens verre van ongewoon was, ook op classic rockplaten. Gek eigenlijk dat een solo-album van een drummer zoveel 'drum programming' kent.
Dat geeft dit album toch iets tijdgebondens en ik zit dan ook met een dubbel gevoel te luisteren. Enerzijds zijn de composities voor het merendeel goed tot bovengemiddeld goed (met name het hitje Something so strong, het aan Steve Biko opgedragen Oh Lord why Lord en Love used to be a friend of mine), anderzijds is het allemaal een beetje doodgeslagen door de productie en instrumentatie. Was dit in de jaren zeventig opgenomen, dan het het ongetwijfeld een stuk levendiger geklonken. Toch een goed album, met bovendien een verdiende hitsingle.
Ik twijfel tussen 3 en 3,5 sterren en laat de balans naar boven uitslaan, omdat je hoort dat er toch wel de nodige moeite gestoken is in de composities, die geklukkig steeds nét niet te lang duren. En instrumentaal (nou ja, qua gitaar en toetsen dan) is dit album wel redelijk 'af'. Bovendien blijkt Capaldi een verrassend goede zanger, maar eigenlijk wisten we dat al langer (zie ook de hierboven aangehaalde link met Solution). Wel heeft hij slechts twee co-writes op dit album staan.
Gek ook dat deze plaat internationaal werd uitgebracht op Island Records, maar alleen in Nederland verscheen op het mij verder nagenoeg onbekende
Jaws-label. Dat blijkt een maar kort bestaand onderdeel te zijn geweest van CNR; Golden Earring bracht op dit label in hetzelfde jaar et album Keeper of the flame uit.