Met: Billy Harper (tenor sax), Cecil Bridgewater (trumpet), Reggie Workman (bass), Max Roach (drums)
Het tweede deel van de avond in Tokyo moet nog een stuk pittiger zijn geweest. Het geheel begint met een ode aan 'Papa' Jo Jones, één van de grondleggers van de drums in jazz (en daarnaast misschien wel één van de grootste eikels in jazz, maar dat terzijde). Max Roach even solo dus. Daarna vallen Harper en Bridgewater in met het thema van het nummer dat in totaal de 32 minuten aantikt. De spanning bouwt steeds verder op, Workman gaat volledig los en houdt beide heren nog enigszins binnen de lijnen. Qua ruimte doet het wederom soms denken aan de kwartetten van Ornette Coleman. Deze vind ik nog beter dan de oude meester zelf maar vooral: dit is freejazz zoals ik het graag lust.
De grenzen van het genre en de grenzen van het instrument worden afgetast maar nergens vervalt de muziek in totale chaos. Het stoom komt ervan af, je zit op het puntje van je stoel maar nergens wordt het storend of dreinend. Alles is te volgen maar je moet er wel voor gaan zitten. Tegelijkertijd kan ik dit soort muziek prima bij de krant luisteren. Al merk ik dat ik meer van de muziek opvang dan van de krant.
Net als volume 1 is het een aanrader van jewelste. En net als volume 1 is de plaat te kort. HDit is zo' n ontzettende klasse band. Wederom onbegrijpelijk dat alle platenmaatschappijen dit hebben laten liggen. Ze zijn namelijk best populair op het internet. En eerlijk: dit kwartet is veel beter nog dan Roach' latere kwartet waarin Harper werd vervangen door Odeon Pope. Dat kwartet is gek genoeg veel meer uitgebracht door de platenmaatschappijen. Harper is een klasse apart en dus praktisch onvervangbaar. Zijn rauwe, volle tenorsound is haast niet te evenaren.
Wie goed graaft in jazzland... die vindt wat. Lang leve Japan
