Met: Billy Harper (tenor saxophone), Cecil Bridgwater (trumpet), Reggie Workman (bass), Max Roach (drums)
Laat ik maar gewoon wederom een review plaatsen bij een Max Roach/Billy Harper plaat. Misschien dat er ooit op de site wel weer een jazzliefhebber te vinden is die zich geroepen voelt hier achteraan te gaan. Al is het er maar één, dan is mijn missie geslaagd

Al hoop je dan natuurlijk ook die luisteraar wel hetzelfde hoort als jij. En heel gek dat dit onbekend is, is het op zich niet. De plaat is maar één keer uitgegeven op het Victor label in Japan. Ze gaan nu voor 50 euro of meer per stuk op Discogs en dat is ook wat ik er voor betaalde. Je moet wat over hebben voor mooie muziek. Maar dat is tegenwoordig meer mijn strategie: dan maar kwantitatief wat minder kopen, als daar kwaliteit tegenover staat..... En kwaliteit is hier genoeg te vinden, man wat een plaat weer! De platen van dit kwartet, die allen moeilijk zijn te krijgen, hebben overigens niet onterecht een soort cultstatus onder de serieuze jazzliefhebbers. Nog leuker om het dan in bezit te hebben. Ik moet er nog maar eentje.....
Nommo is één gigalange compositie, twee plaatkanten lang. Het is live opgenomen maar de geluidskwaliteit is zoals van Japanners gewend zijn, om te smullen. Het thema van Nommo is direct herkenbaar, en ook al vaker gespeeld in jazz land. Het is een modale compositie met sterke bop invloeden en de ruimte ter improvisatie is groot. Vier bandleden krijgen de 50 minuten dan ook makkelijk vol. Workman gaat van start met Garrisonachtige intro op de bas. Vol oosterse invloeden: wat mysterieus en duister. Daarna valt de band in met het thema van vanuit dat thema is het werkelijk één grote creatieve speeltuin. Bridgewater gaat van start met een heerlijke lange solo. Zijn interacties met Max Roach en Workman zijn werkelijk briljant. Je hoort hoe Workman en Bridgewater met elkaars thema aan de gang gaan, elkaar constant uitdagend. Workman bast als een gigant, zoals ik eigenlijk wel van hem gewend ben. Maar hier lijkt hij nog net iets beter. Hij duikt de vrijheid tegemoet en gaat alle kanten op maar blijft tegelijkertijd de solide basis die de muziek nodig heeft. Hij staat als een huis. Het daaropvolgende trompet/bas duet tussen Bridgwater en Workman is buitengewoon interessant. Workman pakt de strijkstok erbij en begeleid Bridgwater met prachtige donkere bromtonen. Bridgewater zelf is een uiterst soulvolle maar rustige trompettist die zijn noten mooi afweegt en goed luistert naar anderen. Net als de muziek bijna stilvalt komt het thema terug en mag Harper van start gaan....
En tja Billy Harper.... misschien wel de meest spannende saxofonist die niet steeds in de bovenste registers wilt spelen? Iemand met een beest van een toon, een gigantische techniek maar vooral juist te subtiliteit om die twee prachtig met elkaar te combineren. Harper is de ultieme gevoelssaxofonist. Elke noot lijkt regelrecht uit zijn hart te komen, terwijl alles technisch blijft kloppen. Daarnaast is hij heel autonoom. Natuurlijk zit er wat Coltrane in (bij wie niet) maar Harper herken je uit duizenden. Zijn toon is warm en scherp tegelijk, hard maar subtiel tegelijk en net als Bridgewater is het heerlijk om hem te horen battlen met Roach en Workman.
En dan nog de leider: onze Max Roach. Is dit de bebopper uit de jaren '40 die strakke riffs achter Charlie Parker en Clifford Brown speelde? Wholy fuck wat heeft die man zich ontwikkelt. Want zoals hij toen in de voorste garde speelde, zo staat hij er hier nog steeds. Roach drumt nog steeds duidelijk herkenbare ritmes maar doet veel meer aan interactie dan de gemiddelde drummer. Hij swingt als een gek en zoekt tegelijk de ruimte om met zijn bandleden te communiceren. Daarnaast is zijn geluid duidelijk aanwezig maar niet te overheersend. Als je dan goed luistert hoor je dat de man een gigantische drumtechniek heeft en geen enkele keer de plank mis slaat. Solo ruimte krijgt hij ook en de tering wat gaat hij los. Je blijft elke seconde aan je koptelefoon verkleefd om elke klap op te vangen.
Wederom een knaller van een plaat. Een keiharde live jam sessie met vier uiterst getalenteerde jazzmuzikanten uit de jaren '70. Een retespannende plaat die geen enkele keer de bocht uit vliegt. Net als hun andere werken een ware aanrader!