Met: Joe Henderson (tenorsax); Ron Carter (bas); en:
Track 1, 2, 3, en 5: Don Friedman (piano); Jack DeJohnette (drums)
De overige tracks: Kenny Barron (piano); Louis Hayes (drums)
De volgende van een reeks sterke platen onder Hendersons leiding. Deze lijkt hier wat minder geliefd te zijn dan zijn oude werk voor Blue Note. Dat vind ik toch wel jammer, want hier valt veel te genieten.
'Invitation', de bruisende cover waar het album mee opent (mij verder onbekend), is direct een hoogtepunt. Ron Carter, die een hoofdrol speelt, draagt twee composities bij, waarvan ik 'R.J.' al kende van zijn tijd bij
Miles Davis. Deze versie doet me eigenlijk meer: op deze plaat staan meer schoolvoorbeelden van hoe je prikkelende postbop kunt maken zonder te vervallen in artistiekerig geneuzel. Mooiste voorbeeld is Walter Bishop's 'Waltz for Zweetie', het tweede grote hoogtepunt van de plaat.
Veel is te danken aan het vakmanschap en de passie van de muzikanten hier. Het spel en samenspel zijn uitstekend, hooguit kan ik erover zeggen dat ik de toetsen in de tracks met Don Friedman persoonlijk iets beter vind dan die met Kenny Barron.
Een kritiekpunt is dat de twee composities van Henderson zelf ('The Bead Game' en het titelstuk), waarop hij zich een vrijere stijl aanmeet, wat minder uit de verf komen. Dat Henderson 'chops' heeft op de saxofoon, daar hoeft niemand aan te twijfelen, maar vooral bij 'The Bead Game' wordt het toch snel een beetje saxofoongymnastiek van bijna negen minuten, waarbij ik na de plotselinge fade out wat schouderophalend achterblijf. Zonder die track was ik denk ik naar 4,5 sterren gegaan, want dit is echt een jazzplaat naar mijn hart.