Met: Lee Morgan (trompet); Jackie McLean (altsax); Bobby Timmons (piano); Paul Chambers (bas); Art Blakey (drums)
Na een wat stillere periode als bandleider, en tijdens wat omzwervingen langs andere labels, vinden we Lee Morgan hier weer even op het terug op het Blue Note-nest. De band is in grotendeels de toenmalige Jazz Messengers (Blakey/Morgan/Timmons), aangevuld met Paul 'natuurlijk speelt hij ook mee' Chambers, en Jackie McLean, die hier volgens mij voor het eerst met Morgan samenwerkt (de twee zouden elkaar in het volgende decennium vaker vinden).
De plaat valt me gezien de 'star power' en het hoge gemiddelde wat tegen, hoewel ik nou ook weer niet kan zeggen dat er een slechte noot op staat. En ook niet echt dat Morgan of McLean er met de pet naar gooien, al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat studiowerk voor die twee in deze fase van hun loopbaan ook een beetje centjes harken was.
Bij vlagen, zoals op Morgans 'The Lion and The Wolf' en Cal Masseys afsluitende 'Nakatini Suite' slaat de vlam toch wel even in de pan, maar opvallend genoeg trekt de ritmesectie het vaakst mijn aandacht. Met name Timmons, wiens bluesy, speelse, mijmerende solo op 'These Are Soulful Days' eigenlijk meteen de mooiste van de plaat is, in al zijn eenvoud.