Dit album werd uitgebracht onder de naam van Antti Lötjönen, maar de albumtitel verwijst uiteindelijk naar de volledige band, die als volgt is samengesteld:
Antti Lötjönen - bas
Verneri Pohjola - trompet
Jussi Kannaste - tenorsax
Mikko Annanen - bariton-, alt- en sopraansax
Joonas Tiipa - drums
Lötjönen treedt wel op als bandleider en componeerde ook de 9 stukken op dit album. Bij mijn weten is dit het eerste album onder eigen naam, maar de Finse bassist maakt wel deel uit van een hele resem bands, niet zelden op de kaart gezet dankzij het We Jazz-label.
Het kwintet speelt opwindende jazz, rijk aan details en geweldig uitgevoerd. Trompettist Pohjola is voor mij dit jaar een ware openbaring. Niet alleen speelt hij hier de pannen van het dak, hij bracht ook het album
The Dead Don't Dream uit dit jaar. Hij slaagt erin ontzettend veel gevoel én techniciteit in zijn spel te leggen.
De blazers spelen de hoofdrol op dit album, maar dat wil niet zeggen dat de ritmesectie niet belangrijk is. Die is, in mijn oren, namelijk altijd belangrijk, al is het maar om op de achtergrond de composities van de nodige stuwkracht en groove te voorzien. Daarin slagen Lötjönen en Tiipa weergaloos.
De diversiteit van dit album is een ander sterk punt: de ene keer klinken ze heerlijk speels, zoals in
Pocket Yoga, om de andere keer weer ronduit onheilspellend (de Monograph-intermezzo's) of dromerig (
Erzeben Strasse uit de hoek te komen, tot pure weemoed (
Le Petit Lactoire) aan toe. Dit zorgt voor een prettige luisterervaring die niet gauw zal gaan vervelen.
4 sterren