Aardige improv-plaat van Alexander von Schlippenbach, met o.a. Peter Brötzmann, Manfred Schoof en Han Bennink. Schlippenbach leidt de dans meestal zwierig vanachter zijn piano, maar het is Brötzmann die met zijn bij wijlen geschifte partijen (eenieder die Machine Gun al 'ns heeft beluisterd, zal wel weten waarover ik het heb) de meeste aandacht trekt.
Toch schuilt de kracht van het album volgens mij net in de rustpunten, die haast van contemplatieve aard zijn. Schlippenbach beroert zijn piano dan soms op ingenieuze maar ook emotionele wijze, en Bennink drumt zich een dynamische weg naar de voorgrond als de blazers even achterwege blijven. Rustig blijft het echter nooit lang, daarvoor is er gewoon teveel expressief geweld aanwezig in het ensemble. Toch heb ik de indruk dat die dynamiek tussen rust en extatisch geweld aardig in evenwicht wordt gehouden.
De titeltrack is een juweeltje, maar dat zorgt er wel voor dat het hoogtepunt reeds vroeg wordt gehaald.
3,5 sterren