Horace Tapscott blijft toch wel één van de meest fascinerende figuren uit de jazzscene. Enerzijds wordt hij eigenlijk bijna altijd buiten beschouwing gelaten in allerlei zogenaamde top-lijstjes en is hij zijn leven lang behoorlijk ondergewaardeerd gebleven. Zijn concerten vonden vaak plaats in kerken of buurtcentra en toen hij ernstig ziek was moest zijn Arkestra blijven optreden om met de opbrengsten de operaties te kunnen betalen. Voor een deel zal het te maken hebben met het feit dat Tapscott niet in het jazz epicentrum van de VS verbleef maar in Los Angeles aan de westkust... Onder jazz-liefhebbers heeft Tapscott een ware cultstatus opgebouwd en een trouwe schare volgelingen. Ook door de professionele jazz-reviewers wordt hij tegenwoordig hoog aangeslagen met ondermeer een kroontje voor zijn 'Dark Tree' in de pinguïn gids.
En ik ga mij in dat rijtje volgelingen voegen want Tapscott maakt fantastische muziek. Daarbij moet ik zeggen dat ik zijn werken met het Arkestra het best vind, solo op de piano weet hij me nog niet helemaal te pakken. Wat dat betreft ben ik nog een Tapscott maagd te noemen eigenlijk. Zijn Arkestra bevatte jaren lang om en nabij dezelfde topmuzikanten die nagenoeg allemaal hartstikke obscuur zijn gebleven. Onbegrijpelijk want er zit een behoorlijk scala aan talent tussen. Het Arkestra scheen soms dag en nacht te repeteren en dat is te horen.
Over de plaat dan maar even: vier intense 'big band' stukken die swingen als een tiet maar tegelijkertijd alle grenzen van conventionele jazz doorbreken. De meeste composities hebben een bijna hypnotiserende modale groove. De solo van Michael Session op de eerste track op altsax gaat door merg een been maar ook de uitstekende trombone solo van Lester Robertson mag er zijn. Dan op track 2: vrouwelijke vocalen. Maar mooie vrouwelijke vocalen. De stem van Adele Sebastian is warm en aangenaam. Om verliefd van te worden. En wat een verlichting om spirituele jazz te horen met een zangeres die daadwerkelijk echt kan zingen. Want even eerlijk: er zitten nogal eens valse kraaien tussen. Na de zang neemt de muziek een totaal andere wending aan. Het tempo schiet omhoog en er volgend knetterende solo's van Tapscott zelf en wederom Michael Session.
De hele sound van kant A heeft kenmerken van de muziek van Mingus met zijn bluesy feel en onverwachte wendingen. De plotselinge tempowisselingen waarin de band alle toonladders afraast zonder er één keer naast te zitten. Tapscott is waarlijk een fenomeen op zich. Dat geldt in evengrote zin voor zijn eigen pianospel dat ik echt niet kan plaatsen. Tapscott is virtuoos maar gebruikt dat met zuinigheid. Hij speelt met thema's, humor, herhaling en klassieke frasen. Een schizofrene kruising tussen Bud Powell, Thelonious Monk, Cecil Taylor en McCoy Tyner. En vergeet de eigenzinnigheid van Andrew Hill niet. Maar dan doe ik hem eigenlijk nog steeds te kort. Hij is namelijk alleszins zichzelf. En wat is dat aangenaam!
Op kant B is een klassieker van Cal Massey te horen. Toevallig wijdde
Sandokan-veld onlangs nog een mooie review aan deze meestercomponist. En waar zijn eigen album geen denderend succes was, blijven zijn composities fascinerend. Op deze compositie voegen ook de strijkers zich bij de band wat het geluid nog voller en dieper maakt. De prachtige afsluiter Peyote Song maakt het geheel af en brengt alles in balans.
Tapscott beleeft een ware revival te laatste tijd. Allerlei labels brengen niet eerder uitgebracht werk van hem uit. 'Nimbus West' zelf, 'Outernational Sounds' en 'Dark Tree'. Of reissues op bijvoorbeeld het toonaangevende 'Pure Pleasure'. The Call is uitgebracht op Outernational Sounds en die hebben uitstekend werk verricht. Prachtige uitgave met ontzettend mooi geluid. Mingus liefhebbers: komt dat horen. Sun Ra liefhebbers ook trouwens. En heel eerlijk gezegd vind ik het Arkestra van Tapscott beduidend interessanter.... Maar dat is mijn persoonlijke mening.