MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Sophia Kennedy - Monsters (2021)

mijn stem
3,44 (17)
17 stemmen

Verenigde Staten
Dance / Pop
Label: City Slang

  1. Animals Will Come (3:13)
  2. Orange Tic Tac (3:51)
  3. I Can See You (3:02)
  4. Francis (3:54)
  5. Seventeen (5:34)
  6. Loop (3:16)
  7. I'm Looking Up (4:03)
  8. Chestnut Avenue (3:30)
  9. Do They Know (1:47)
  10. Cat on My Tongue (3:37)
  11. Brunswick (0:55)
  12. Up (4:28)
  13. Dragged Myself Into the Sun (5:19)
totale tijdsduur: 46:29
zoeken in:
avatar van Lura
4,5
Dansmuziek vormt niet een bovenmatig groot bestanddeel van mijn albumcollectie. Dat genre bestaat bij mij vooral uit ska, reggae en muziek uit Latijns Amerika. Beduidend minder aanwezig is discomuziek. In de jaren negentig wist het Brownswood label mijn aandacht te trekken met artiesten als United Future Organization. De laatste groep uit de dance scene die ik in 2007 absoluut de moeite waard vond was het uit Frankrijk afkomstige Kira Neris met het uitstekende album Behind Closed Doors. Dat album vormde tijdens het laatste jaar dat ik nog werkte mijn belangrijkste bondgenoot op mijn lange, monotone treinreizen naar Amsterdam en terug naar Den Bosch. Bij het beluisteren van het geweldige uptemponummer Up had ik meteen een overduidelijke associatie met de muziek van Kira Neris. Het debuutalbum uit 2017 van de toen nog erg meisjesachtig ogende Sophia ontging volledig aan mijn aandacht. Het wist wel al de aandacht te trekken van de alternatieve website Pitchfork. Op dat album is net als op haar tweede album Monsters de zeer ervaren Mense Reents haar coproducer. Hij is bekend van andere Hamburgse acts als Egoexpress, Die Goldenen Zitronen en Die Vögel. Kennedy komt niet oorspronkelijk uit Hamburg, maar werd in 1989 geboren in Baltimore, Maryland, VS. Ze verhuisde in 2013 naar Hamburg om daar aan de filmschool te gaan studeren. Ze heeft een obsessie voor de films van John Cassavetes en jaren 70 horror zoals de film “Carrie”. Ze groeide op met de eclectische platencollectie van haar moeder, vooral met Whitney Houston, Simon & Garfunkel, Karen Dalton en The Velvet Underground. Maar begon ook te luisteren naar Antony & The Johnsons, Amy Winehouse, Nina Simone en Billie Holiday. Kennedy is een meer dan uitstekende zangeres. Haar voordracht is zelfverzekerd, soms tegen het theatrale aan. Haar muziek is naast soms theatraal, soms ook episch, dansbaar en grimmig. Je hoort invloeden uit de Krautrock, maar ook van alternatieve groepen als Panda Bear en Animal Collective. Overigens is haar zelfverzekerdheid langzaam gegroeid sinds haar late tienerjaren, getuige deze regels in Seventeen :

“Seventeen, I was afraid of everything
Pitched my voice up high and screamed
Someday I hope to find someone like me.”

Ook de tekst van het buitengewoon inventieve Loop lijkt me overigens een duidelijke verwijzing naar haar jeugd. Niet alleen produceerden Kennedy en Reents samen het album. Ze schreven ook de songs samen en speelden alle muziek in. Alleen op Chestnut Avenue speelt Stefan Rath drums. Het album werd opgenomen in de Hamburgse Art Blakey Studio. De hoesfoto werd vreemd genoeg genomen in een andere Hamburgse studio. Nummers als Up kruipen razendsnel onder de huid om niet meer los te laten. Monsters is een intrigerend, bij vlagen theatraal, maar bovenal verslavend, aan haar vader opgedragen album.

avatar van deric raven
3,5
Helena Ratka en Sophia Kennedy zijn bekende namen in de cultuurscene van Hamburg die hun krachten bundelen in het donkere dancegezelschap Shari Vari. De inspiratie wordt gezocht in eighties synthpop, ijzige coldwave en bij de retro cyberpunkers van het New Yorkse Suicide. Helena Ratka wordt door het belangrijke in de Krautrock gegronde Bureau B elektrolabel gekaapt en brengt onder haar alter ego Pose Dia het pulserende Front View uit en Sophia Kennedy gaat trouw onder haar eigen naam verder op het onafhankelijke Pampa om vervolgens een doorstart te maken op het aan de indiepop gekoppelde City Slang.

Monsters is de tweede plaat van deze oorspronkelijke uit Baltimore afkomstige Amerikaanse kunstenares, die zich steeds meer aan het danceverleden onttrekt om de verfijning van het heuse popklimaat op te zoeken. Chestnut Avenue (Kastanienallee) en het autobiografische Loop grijpen terug naar het lichtelijke gestoorde kunstenaarswereldje van de Golden Pudel Club in Hamburg waar genialiteit overruled dreigt te worden door materialisme. Het verkoopbare eindproduct is ondertussen belangrijker dan het hele proces daarachter.

Bij elke song opent ze weer een ander deurtje van haar boeiende persoonlijkheid. Je bent uitgenodigd om als bezoeker getuige te zijn van wat er in die aaneengesloten kamertjes gebeurt. De ene keer zalvend, moederlijk en lief, dan weer nerveus, traumatisch en onberekenbaar. Zwevend wegvliegen, op zoek naar verlossing, om vervolgens weer keihard op de bek te gaan. Vallen en opstaan, maar dan dus vooral vallen.

Op Monsters zijn dit dagelijkse nachtmerries welke zich juist in het knipperende avondlicht van de duistere straatjazz van Up openbaren. Animals Will Come heeft een drunken lullaby ondertoon, een beetje cabaret, met hier en daar wat triphop. Tegenstrijdige bliepjes doorkruizen haar overtuigende gruiziger wordende stemgeluid welke steeds meer vraagt om een krakende vinylbehandeling op een dolgedraaide platenspeler.

De plaat is afgerond en Sophia Kennedy verkeert in een hulpeloze positie. Klaar om zich op te offeren aan de allesvernietigende kritische journalistiek die als aasgieren op haar af duikt. Ze kan die onzekerheid gerust opzij zetten, want Monsters overtuigt op alle vlakken. Sophia Kennedy is onvatbaar en heeft schizofrene trekjes in het manische nostalgische Orange Tic Tac. Een eendagsvlieg die in al haar enthousiasme steeds hoger vliegt en net als Icarus de breekbare vleugeltjes opoffert aan de felle zonnestralen. Duistere schaduwtracks die door de energie van zonlicht verbranden en in as-vorm als ware vlammende feniksen herboren worden.

Krachtig euforisch in de vintage aerobicbeats van I Can See You, dan weer zwaar futuristisch in het door heftige apengeluiden verstoorde Francis. Het claustrofobische Dragged Myself Into the Sun is grimmig, de grafstemming van een deprimerende postpunktrack welke gepijnigd wordt door de verharde terreur van de kille beats om uiteindelijk een doekje tegen het bloeden te krijgen van de berustende pianoklanken en het afsluitend gesproken eindoordeel. Gelukkig is er genoeg plek over voor wat gemakkelijk verteerbare postmoderne popstukken. Heerlijk sensueel soulvol in het ritmische Zuid-Amerikaanse Seventeen en brutaal onverschillig in de glitterdisco van Cat on My Tongue. Groter en meeslepender dan het naar zichzelf genoemde eersteling, maar daardoor ook een stuk kwetsbaarder.

Sophia Kennedy - Monsters | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

avatar van jorro
3,5
Een album dat een bijzondere sfeer met zich mee draagt. Bij sommige songs dringt het vroegere nachtleven zich aan mij op en schieten namen als Hildegard Knef en Marlene Dietrich door mijn hoofd. Zwoel en rokerig. Is dit daarvan soms de moderne versie? Hoewel, in Loop en I'm Looking Up wordt volgens mij de piano uit de tijd van Knef en Dietrich gebruikt!

Orange Tic Tac is het prijsnummer. Maar verrassend is elk nummer op dit album. Francis verdient ook een blauwe ster. Wat een nostalgie zit daar in. Alleen I Can See You kan me nog niet zo bekoren.
Ik begin met 3,5*

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 22:57 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 22:57 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.