Met: Terumasa Hino (trumpet), Takao Uematsu (tenor sax, bass clarinet), Hideo Ichikawa (piano), Kiyoshi Sugimoto (guitar), Reggie Workman (bass), Motohiko Hino (drums)
Jazz was misschien wel nergens zo groot als in Japan. Waar in de VS jazz eind jaren '60 steeds meer op de achtergrond raakte, en in Europa ietsje later bleef het genre in Japan tot op de dag van vandaag populair. Het aantal jazz reissues dat nog steeds maandelijks uitkomt in Japan doet de gemiddelde jazzliefhebber dan ook watertanden. Alleen jammer dat de vinyl revival Japan een beetje heeft overgeslagen want de meeste reissues komen nog steeds uit op cd. Anyway, als het genre zo populair is in een land dan moet er ook een bruisende lokale scene zijn is het niet? Dat is zeker waar, alleen laten we die misschien in het 'westen' toch iets te vaak links liggen. Daar maak ik mezelf ook zeker schuldig aan. Pas recent ben ik ook wat J-Jazz aan het proberen en ik moet zeggen: het bevalt uitstekend. Deze Terumasa Hino is natuurlijk nog redelijk bekend bij ons. En dan speelt hij ook nog samen met niemand minder dan Reggie Workman....
Ijzersterke plaat dit. Zwaar beïnvloed door de fusion en freejazz van die dagen maakt Hino hier een stomend jazz-plaatje dat je een kleine 50 minuten volledig uit de sokken blaast. Met op zijn tijd dan een aangename adempauze. Het titelnummer op kant A is één grote lange trip met eindeloos veel ruimte voor al deze getalenteerde muzikanten om volledig los te gaan. Hino zelf soleert uiterst intens, zoals ook op zijn samenwerking met Mal Waldron. Hij bezit over de longcapaciteit van een olifant. Het doet allemaal wat denken aan de techniek van Woody Shaw met de kracht van Hannibal. Wie ook in zeer positieve zin opvalt is gitarist Kiyoshi Sugimoto. Die gast rockt de pan uit zonder te vervallen in lelijke gitaarmasturbatie. Beetje Jimi Hendrix meets bop hier en daar. Heerlijke solo. Terumasa's broertje is samen met Takeo Moriyama de beste jazzdrummer van Japan voor mij. Hij is overal en nergens tegelijk en houdt uitstekend de maat. Toch duwt hij de muziek wel uit traditionele jazzpatronen, meer in de fusion en rock richting. En dan Reggie Workman, die buiten uitstekende solo's, sowieso helemaal op de voorgrond staat hier. Zijn groove staat lekker voor in de mix en is daarmee een heerlijk dominant onderdeel van de hele plaat.
Kant B is iets minder explosief en duikt meer de kant van spiritual jazz en fusion op met een heerlijke wals als opener. Ingeleid door liefelijke klanken uit Hino's trompet. Het geeft vooral Workman ruimte om alle kanten op te dansen met zijn grooves. Ook hier is het Sugimoto die in positieve zin opvalt met wederom een heerlijke solo. Ik sta sowieso enigszins verbaasd over het talent dat hier te horen is. Aangenaam verrast!
Ik heb de reissue op vinyl uit 2020 en die klinkt als een klok. Dat kun je ook meestal wel aan die Japanners overlaten. En nu maar hopen dat meer Mumers hun neus buiten de bekende wereld durven steken

Ik weet al vrij zeker dat dit wel aardig in het straatje van
Tony past...